Global menu

Our global pages

Close

WBTR: Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen

  • Netherlands
  • Litigation and dispute management

21-06-2021

Bent u bestuurder van een vereniging of stichting, coöperatie of onderlinge waarborgmaatschappij? Let op: per 1 juli 2021 gelden veel nieuwe regels voor bestuur en toezicht

Op 1 juli 2021 treedt de nieuwe Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen (WBTR) in werking. Daar moeten alle verenigingen, stichtingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen (OWM) in Nederland aan voldoen. En dat is nog niet helemaal geland. Uit onderzoek dat is gehouden op initiatief van IVBB, de bracheorganisatie voor verenigingen en DNA, blijkt dat bijna 60% (van de 26.000 ondervraagden) van de besturen van stichtingen en verenigingen nog niet op de hoogte is van deze wet en dus nog geen passende maatregelen heeft genomen. Dat kan vervelende gevolgen hebben. Het niet voldoen aan de wet brengt persoonlijke aansprakelijkheidsrisico’s voor bestuursleden met zich mee.

Uniformering regelgeving voor meer kwaliteit

De WBTR zorgt voor een verduidelijking en uniformering van de geldende verantwoordelijkheden en procedures van rechtspersonen en gaat daarmee in op een grote praktijkbehoefte: alle rechtspersonen krijgen dezelfde regels voor behoorlijk bestuur en toezicht. Kort gezegd, stelt de WBTR het wettelijk verplicht een aantal zaken in de statuten vast te leggen wat betreft taken, bevoegdheden, verplichtingen, ontslag van bestuurders en commissarissen, meervoudig stemrecht, belet en ontstentenis én aansprakelijkheid. Doel is onwelkome perikelen zoals wanbestuur, onverantwoordelijk financieel beheer, zelfverrijking, misbruik van positie en andere ongewenste activiteiten effectief aan banden te leggen. De overkoepelende gedachte: voorkomen is beter dan genezen.

Aansprakelijkheidskwesties

Er wordt daarnaast aansluiting gezocht bij de al geldende regelgeving over aansprakelijkheid van bestuurders en toezichthouders van de BV en NV. In dat kader zijn de nieuwe aansprakelijkheidsregels voor bestuurders en commissarissen van stichtingen en verenigingen die vennootschapsbelastingplichtig zijn en een jaarrekeningplicht hebben noemenswaardig. Dit betekent dat niet-naleving van de administratieplicht of niet-tijdige publicatie van de jaarrekening min of meer direct kan leiden tot bestuurdersaansprakelijkheid. De al voor BV’s en NV’s geldende norm van ‘onbehoorlijke taakvervulling’ komt daar voortaan aan te pas, want bestuurders en toezichthouders van verenigingen moeten zich volgens de WBTR bij het vervullen van hun taak in het bijzonder richten op het belang van de rechtspersoon en de daaraan verbonden onderneming of organisatie. Daarmee is met de komst van de WBTR het aansprakelijkheidsrisico over de bandbreedte genomen groter geworden, er worden onder de wet immers hogere eisen gesteld aan bestuur en toezicht.

Basis voor toezichthoudend orgaan

De WBTR biedt daarnaast voor verenigingen en stichtingen een wettelijke grondslag voor invoering van een toezichthoudend orgaan (dualistisch ofwel monistisch). Die grondslag bestond al voor de raad van commissarissen van de BV, NV, coöperatie en de OWM, maar ontbrak nog voor de stichting en vereniging. Er is daarnaast ook aandacht besteedt aan de situaties van tegenstrijdig belang en de gronden voor ontslag zijn verder uitgebreid.

Hoe nu verder?

Alle regels van de WBTR gaan onmiddellijk in op 1 juli 2021. Rechtspersonen hebben in beginsel tot 1 juli 2026 de tijd om hun statuten in lijn met de WBTR aan te passen. In de praktijk zal dit bij de eerstvolgende statutenwijziging onder begeleiding van een notaris gebeuren.

Tot die tijd geldt de WBTR bóven de eigen statuten. Dat betekent dat sommige bepalingen in de statuten, bijv. omtrent belangenverstrengeling, die niet conform de WBTR zijn als ongeschreven dienen te worden beschouwd en geen stand zullen houden in een procedure voor de Nederlandse rechter.

Om de aansprakelijkheidsrisico’s zoveel mogelijk het hoofd te bieden raden wij u aan om: de WBTR goed door te lezen, belang te hechten aan een goede vastlegging van de besluitvorming in de notulen, te zorgen voor een goede boekhouding en administratie, situaties van tegenstrijdig belang te voorkomen door de persoon in kwestie niet deel te laten nemen aan beraadslagingen en besluitvormingen.

Heeft u vragen over de WBTR, welke gevolgen die met zich meebrengt of over mogelijke (andere) aansprakelijkheidsperikelen? Neem dan contact op met ons op.

Bent u bestuurder van een vereniging of stichting, coöperatie of onderlinge waarborgmaatschappij? Let op! Per 1 juli 2021 gelden een hoop nieuwe regels voor bestuur en toezicht

Op 1 juli 2021 treedt de nieuwe Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen (WBTR) in werking. Daar moeten alle verenigingen, stichtingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen (OWM) in Nederland aan voldoen. En dat is nog niet helemaal geland. Uit onderzoek dat is gehouden op initiatief van IVBB, de bracheorganisatie voor verenigingen en DNA, blijkt dat bijna 60% (van de 26.000 ondervraagden) van de besturen van stichtingen en verenigingen nog niet op de hoogte is van deze wet en dus nog geen passende maatregelen heeft genomen. Dat kan vervelende gevolgen hebben. Het niet voldoen aan de wet brengt persoonlijke aansprakelijkheidsrisico’s voor bestuursleden met zich mee.

Uniformering regelgeving voor meer kwaliteit

De WBTR zorgt voor een verduidelijking en uniformering van de geldende verantwoordelijkheden en procedures van rechtspersonen en gaat daarmee in op een grote praktijkbehoefte: alle rechtspersonen krijgen dezelfde regels voor behoorlijk bestuur en toezicht. Kort gezegd, stelt de WBTR het wettelijk verplicht een aantal zaken in de statuten vast te leggen wat betreft taken, bevoegdheden, verplichtingen, ontslag van bestuurders en commissarissen, meervoudig stemrecht, belet en ontstentenis én aansprakelijkheid. Doel is onwelkome perikelen zoals wanbestuur, onverantwoordelijk financieel beheer, zelfverrijking, misbruik van positie en andere ongewenste activiteiten effectief aan banden te leggen. De overkoepelende gedachte: voorkomen is beter dan genezen.

Aansprakelijkheidskwesties

Er wordt daarnaast aansluiting gezocht bij de al geldende regelgeving over aansprakelijkheid van bestuurders en toezichthouders van de BV en NV. In dat kader zijn de nieuwe aansprakelijkheidsregels voor bestuurders en commissarissen van stichtingen en verenigingen die vennootschapsbelastingplichtig zijn en een jaarrekeningplicht hebben noemenswaardig. Dit betekent dat niet-naleving van de administratieplicht of niet-tijdige publicatie van de jaarrekening min of meer direct kan leiden tot bestuurdersaansprakelijkheid. De al voor BV’s en NV’s geldende norm van ‘onbehoorlijke taakvervulling’ komt daar voortaan aan te pas, want bestuurders en toezichthouders van verenigingen moeten zich volgens de WBTR bij het vervullen van hun taak in het bijzonder richten op het belang van de rechtspersoon en de daaraan verbonden onderneming of organisatie. Daarmee is met de komst van de WBTR het aansprakelijkheidsrisico over de bandbreedte genomen groter geworden, er worden onder de wet immers hogere eisen gesteld aan bestuur en toezicht.

Basis voor toezichthoudend orgaan

De WBTR biedt daarnaast voor verenigingen en stichtingen een wettelijke grondslag voor invoering van een toezichthoudend orgaan (dualistisch ofwel monistisch). Die grondslag bestond al voor de raad van commissarissen van de BV, NV, coöperatie en de OWM, maar ontbrak nog voor de stichting en vereniging. Er is daarnaast ook aandacht besteedt aan de situaties van tegenstrijdig belang en de gronden voor ontslag zijn verder uitgebreid.

Hoe nu verder?

Alle regels van de WBTR gaan onmiddellijk in op 1 juli 2021. Rechtspersonen hebben in beginsel tot 1 juli 2026 de tijd om hun statuten in lijn met de WBTR aan te passen. In de praktijk zal dit bij de eerstvolgende statutenwijziging onder begeleiding van een notaris gebeuren.

Tot die tijd geldt de WBTR bóven de eigen statuten. Dat betekent dat sommige bepalingen in de statuten, bijv. omtrent belangenverstrengeling, die niet conform de WBTR zijn als ongeschreven die

Bent u bestuurder van een vereniging of stichting, coöperatie of onderlinge waarborgmaatschappij? Let op! Per 1 juli 2021 gelden een hoop nieuwe regels voor bestuur en toezicht

Op 1 juli 2021 treedt de nieuwe Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen (WBTR) in werking. Daar moeten alle verenigingen, stichtingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen (OWM) in Nederland aan voldoen. En dat is nog niet helemaal geland. Uit onderzoek dat is gehouden op initiatief van IVBB, de bracheorganisatie voor verenigingen en DNA, blijkt dat bijna 60% (van de 26.000 ondervraagden) van de besturen van stichtingen en verenigingen nog niet op de hoogte is van deze wet en dus nog geen passende maatregelen heeft genomen. Dat kan vervelende gevolgen hebben. Het niet voldoen aan de wet brengt persoonlijke aansprakelijkheidsrisico’s voor bestuursleden met zich mee.

Uniformering regelgeving voor meer kwaliteit

De WBTR zorgt voor een verduidelijking en uniformering van de geldende verantwoordelijkheden en procedures van rechtspersonen en gaat daarmee in op een grote praktijkbehoefte: alle rechtspersonen krijgen dezelfde regels voor behoorlijk bestuur en toezicht. Kort gezegd, stelt de WBTR het wettelijk verplicht een aantal zaken in de statuten vast te leggen wat betreft taken, bevoegdheden, verplichtingen, ontslag van bestuurders en commissarissen, meervoudig stemrecht, belet en ontstentenis én aansprakelijkheid. Doel is onwelkome perikelen zoals wanbestuur, onverantwoordelijk financieel beheer, zelfverrijking, misbruik van positie en andere ongewenste activiteiten effectief aan banden te leggen. De overkoepelende gedachte: voorkomen is beter dan genezen.

Aansprakelijkheidskwesties

Er wordt daarnaast aansluiting gezocht bij de al geldende regelgeving over aansprakelijkheid van bestuurders en toezichthouders van de BV en NV. In dat kader zijn de nieuwe aansprakelijkheidsregels voor bestuurders en commissarissen van stichtingen en verenigingen die vennootschapsbelastingplichtig zijn en een jaarrekeningplicht hebben noemenswaardig. Dit betekent dat niet-naleving van de administratieplicht of niet-tijdige publicatie van de jaarrekening min of meer direct kan leiden tot bestuurdersaansprakelijkheid. De al voor BV’s en NV’s geldende norm van ‘onbehoorlijke taakvervulling’ komt daar voortaan aan te pas, want bestuurders en toezichthouders van verenigingen moeten zich volgens de WBTR bij het vervullen van hun taak in het bijzonder richten op het belang van de rechtspersoon en de daaraan verbonden onderneming of organisatie. Daarmee is met de komst van de WBTR het aansprakelijkheidsrisico over de bandbreedte genomen groter geworden, er worden onder de wet immers hogere eisen gesteld aan bestuur en toezicht.

Basis voor toezichthoudend orgaan

De WBTR biedt daarnaast voor verenigingen en stichtingen een wettelijke grondslag voor invoering van een toezichthoudend orgaan (dualistisch ofwel monistisch). Die grondslag bestond al voor de raad van commissarissen van de BV, NV, coöperatie en de OWM, maar ontbrak nog voor de stichting en vereniging. Er is daarnaast ook aandacht besteedt aan de situaties van tegenstrijdig belang en de gronden voor ontslag zijn verder uitgebreid.

Hoe nu verder?

Alle regels van de WBTR gaan onmiddellijk in op 1 juli 2021. Rechtspersonen hebben in beginsel tot 1 juli 2026 de tijd om hun statuten in lijn met de WBTR aan te passen. In de praktijk zal dit bij de eerstvolgende statutenwijziging onder begeleiding van een notaris gebeuren.

Tot die tijd geldt de WBTR bóven de eigen statuten. Dat betekent dat sommige bepalingen in de statuten, bijv. omtrent belangenverstrengeling, die niet conform de WBTR zijn als ongeschreven dienen te worden beschouwd en geen stand zullen houden in een procedure voor de Nederlandse rechter.

Om de aansprakelijkheidsrisico’s zoveel mogelijk het hoofd te bieden raden wij u aan om: de WBTR goed door te lezen, belang te hechten aan een goede vastlegging van de besluitvorming in de notulen, te zorgen voor een goede boekhouding en administratie, situaties van tegenstrijdig belang te voorkomen door de persoon in kwestie niet deel te laten nemen aan beraadslagingen en besluitvormingen.

Heeft u vragen over de WBTR, welke gevolgen die met zich meebrengt of over mogelijke (andere) aansprakelijkheidsperikelen? Neem dan gerust contact op met een van onze advocaten.

 

nen te worden beschouwd en geen stand zullen houden in een procedure voor de Nederlandse rechter.

Om de aansprakelijkheidsrisico’s zoveel mogelijk het hoofd te bieden raden wij u aan om: de WBTR goed door te lezen, belang te hechten aan een goede vastlegging van de besluitvorming in de notulen, te zorgen voor een goede boekhouding en administratie, situaties van tegenstrijdig belang te voorkomen door de persoon in kwestie niet deel te laten nemen aan beraadslagingen en besluitvormingen.

Heeft u vragen over de WBTR, welke gevolgen die met zich meebrengt of over mogelijke (andere) aansprakelijkheidsperikelen? Neem dan gerust contact op met een van onze advocaten.