Global menu

Our global pages

Close

Bestuurder ook na aftreden aansprakelijk voor boedeltekort

  • Netherlands
  • Corporate

24-04-2008

Bestuurders van een (gefailleerde) vennootschap moeten er rekening mee houden dat zij ook na hun aftreden nog aansprakelijk kunnen worden gesteld voor het boedeltekort als de jaarrekening van de (gefailleerde) vennootschap waarvan zij bestuurder waren te laat is gepubliceerd. Of zij zich aan aansprakelijkheid kunnen onttrekken, hangt mede af van het moment waarop zij zijn afgetreden ten opzichte van het moment waarop de publicatietermijn verstrijkt. Voormalige bestuurders van de (gefailleerde) vennootschap doen er in ieder geval goed aan om de opvolgende bestuurder(s) op de hoogte te stellen dat openbaarmaking van de jaarrekening nog moet geschieden en dienen zij zich ervan te vergewissen dat de jaarrekening ook daadwerkelijk wordt gepubliceerd.

Dit kan worden afgeleid uit een uitspraak van de Rechtbank Alkmaar, die in deze zaak negatief uitpakt voor de betreffende bestuurder. De zaak ging in hoofdlijnen om het volgende:

De zaak

De heer Van der Veen (Van der Veen) is enig aandeelhouder en bestuurder van Wino Holding B.V. Wino Holding B.V. is bestuurder van Wino Beheer B.V. Wino Beheer B.V. houdt op haar beurt alle aandelen in het kapitaal van Wino Vis B.V. en is ook bestuurder van deze vennootschap. Op 22 januari 2004 is Wino Holding B.V. als bestuurder uit het handelsregister uitgeschreven.

De jaarstukken over het boekjaar 2002 van Wino Vis B.V. en Wino Beheer B.V. zijn vastgesteld voordat Wino Holding B.V. als bestuurder van beide vennootschappen is uitgeschreven uit het handelsregister. De vastgestelde jaarstukken zijn echter ruim na het aftreden gepubliceerd (begin oktober 2004), doch voordat beide vennootschappen (in november en december 2004) failliet zijn verklaard.

De wet bepaalt dat jaarstukken binnen acht dagen na vaststelling openbaar moeten worden gemaakt door deponering in het handelsregister. Voorts geldt dat jaarstukken uiterlijk binnen 13 maanden na afloop van het boekjaar openbaar moeten worden gemaakt. In dit geval was de termijn voor publicatie van de jaarstukken na vaststelling daarvan al verstreken vóór het aftreden van Wino Holding B.V. als bestuurder. De wettelijke termijn van 13 maanden verstreek 15 dagen na het aftreden van Wino Holding B.V. als bestuurder van Wino Beheer B.V. (31 januari 2004); publicatie van de jaarstukken heeft ruim 8 maanden na het verstrijken van de 13 maandentermijn plaatsgevonden.

Wettelijk kader

De wet bepaalt dat in geval van faillissement van een vennootschap iedere bestuurder hoofdelijk aansprakelijk is voor het bedrag van de schulden, voor zover deze niet door vereffening van de overige baten kunnen worden voldaan (het boedeltekort), indien het bestuur zijn taak kennelijk onbehoorlijk heeft vervuld en aannemelijk is dat dit een belangrijke oorzaak is van het faillissement. Indien het bestuur niet heeft voldaan aan zijn verplichtingen met betrekking tot publicatie en deponering van de jaarrekening wordt (i) aangenomen dat iedere bestuurder zijn taak onbehoorlijk heeft vervuld en (ii) vermoed dat de onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak van het faillissement is.

In dit geval staat niet ter discussie dat bij het openbaar maken van de jaarstukken over het boekjaar 2002 van Wino Vis B.V. en Wino Beheer B.V. de termijnen voor openbaarmaking zijn overschreden. Hieruit vloeit automatisch voort dat aangenomen wordt dat iedere bestuurder van deze vennootschappen zijn taak onbehoorlijk heeft vervuld en dat de onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke reden van het faillissement is. Vervolgens speelt de vraag of Van der Veen als gewezen bestuurder zich aan hier uit voortvloeiende aansprakelijkheid kan onttrekken.

Een bestuurder kan zich bijvoorbeeld aan aansprakelijkheid onttrekken als hij kan bewijzen dat (i) andere feiten en omstandigheden een belangrijke oorzaak van het faillissement zijn geweest, (ii) de onbehoorlijke taakvervulling door het bestuur niet aan hem te wijten is en hij niet nalatig is geweest in het treffen van maatregelen om de gevolgen daarvan af te wenden, of (iii) het een onbelangrijk verzuim betreft.

Van der Veen verweert zich door te stellen dat de onbehoorlijke taakvervulling niet aan hem als (bestuurder van) de gewezen bestuurder is wijten, aangezien de overschrijding van de 13-maandentermijn heeft plaatsgevonden, nadat hij is afgetreden en dat hij sindsdien geen enkele bemoeienis meer heeft gehad met de vennootschappen; de overschrijding van de 8 dagentermijn na vaststelling van de jaarrekening zou te beschouwen zijn als een onbelangrijk verzuim.

Uitspraak

De Rechtbank Alkmaar oordeelt echter dat het feit dat Van der Veen vijftien dagen vóór afloop van de publicatietermijn als bestuurder is uitgeschreven onvoldoende grond is om hem van aansprakelijkheid te ontslaan. Dit zou immers tot gevolg hebben dat de onbehoorlijke taakvervulling slechts kan worden toegerekend aan de bestuurder(s) die op de laatste dag van de aan de orde zijnde termijn nog als zodanig fungeert (fungeren).

Voorts oordeelt de rechtbank dat de afgetreden bestuurder de opvolgende bestuurder(s) op de hoogte moet stellen dat openbaarmaking van de jaarrekening nog dient te geschieden. De bestuurder moet dus zelf voor publicatie zorgdragen, en als hij dat niet kan of doet, dan dient hij de opvolgende bestuurder van de situatie omtrent de publicatie in te lichten en zich ervan te vergewissen dat de jaarrekening door de opvolgende bestuurder wordt openbaar gemaakt.

Conclusie

Uit deze uitspraak wordt duidelijk dat het moment waarop een bestuurder aftreedt ten opzichte van het moment waarop de publicatietermijn verstrijkt, van belang is voor de vraag of een gewezen bestuurder zich aan aansprakelijkheid kan onttrekken. En dat onbehoorlijk bestuur al wordt aangenomen voor de periode die voorafgaat aan de daadwerkelijke overschrijding van de publicatietermijn.

Overschrijding van de publicatietermijn wordt namelijk gezien als onbehoorlijk bestuur van de bestuurders die op het moment waarop het onbehoorlijk bestuur zich voordoet, als zodanig functioneren. In deze zaak was de heer Van der Veen 15 dagen vóór de overschrijding van de 13-maandentermijn, zijnde het moment waarop het kennelijk onbehoorlijk bestuur zich voordeed, afgetreden. De Rechtbank Alkmaar oordeelt echter dat deze termijn te kort is om hem van aansprakelijkheid te ontslaan.

In een andere uitspraak van de Rechtbank Utrecht was de bestuurder al ruim tweeënhalve maand voor het verstrijken van de 13-maandentermijn ontslagen. De Rechtbank Utrecht oordeelde kort gezegd dat deze bestuurder geen verwijt voor overschrijding van de termijn kon worden gemaakt en dus niet aansprakelijk was.

Om desalniettemin aan aansprakelijkheid te ontkomen, is het nu aan Van der Veen om te bewijzen dat de schending van de publicatieplicht niet een belangrijke oorzaak van het faillissement was, maar dat andere feiten en omstandigheden een belangrijke oorzaak van het faillissement zijn geweest.

Naar aanleiding van een uitspraak van de Rechtbank Alkmaar 25-01-2006 (JOR 2006/147).