Global menu

Our global pages

Close

Bestuurdersaansprakelijkheid na ontbinding van een vennootschap

  • Netherlands
  • Corporate

26-03-2008

Bestuurders van een vennootschap, die ontbonden is, kunnen ook na ontbinding aansprakelijk worden gesteld in verband met handelen of nalaten vóór ontbinding van de vennootschap. Ook kunnen bestuurders die als vereffenaars van de ontbonden vennootschap optreden en daarbij onvoldoende rekening houden met uitdrukkelijke aanspraken die derden menen te hebben jegens de ontbonden rechtspersoon onder omstandigheden persoonlijk aansprakelijk zijn.

Uitspraak

Dit kan afgeleid worden uit een recente uitspraak van de rechtbank Arnhem, inzake een tekortkoming in de nakoming van een samenwerkingsovereenkomst tussen eiser en Onroerend Goed Maatschappij (hierna: OGM), voor een persoonlijk gebruikrecht van eiser op een deel van een onroerend goed. Na diverse ingebrekestellingen (2001-2003 en aansprakelijkstelling van OGM, waarbij aanspraak wordt gemaakt op schadevergoeding en een contractuele boete, volgt in 2003 een reactie van OGM waarin iedere aansprakelijkheid van de hand wordt gewezen. Vóór ontbinding droeg OGM (een deel van) haar ondernemingsactiviteiten over aan een andere vennootschap (Dokal), waarvan de twee bestuurders van OGM ook bestuurder zijn. Later blijkt dat onder de overgedragen activiteiten wél de verhuur van het onroerend goed, maar niet het persoonlijke gebruiksrecht viel.

Eiser start een procedure tegen de bestuurders van OGM en Dokal, omdat zij onrechtmatig zouden hebben gehandeld jegens eiser, doordat zij de overdracht van het huurrecht van het onroerend goed aan Dokal hebben bewerkstelligd, terwijl zij wisten dat OGM hierdoor niet meer aan haar verplichtingen uit de met eiser gesloten samenwerkingsovereenkomst, waaronder het persoonlijke gebruiksrecht, kon voldoen. Daarnaast stelt eiser dat de bestuurders door de overdracht van ondernemingsactiviteiten de verhaalsmogelijkheden van crediteuren van OGM onmogelijk wilden maken. Tenslotte verwijt eiser de bestuurders als vereffenaars onrechtmatig te hebben gehandeld door de vorderingen van de eiser niet te betrekken bij de vereffening, hoewel de vorderingen wel bekend waren.

De rechtbank Arnhem oordeelde dat eiser niet voldoende feiten en omstandigheden heeft gesteld die een voldoende ernstig verwijt opleveren om de bestuurders in privé op grond van onrechtmatig handelen aansprakelijk te houden. Dit ook omdat uit de stukken blijkt dat de overdracht van (een deel van) de ondernemingsactiviteiten aan Dokal feitelijk geen invloed heeft gehad op de uitoefening van het gebruiksrecht van eiser op grond van de samenwerkingsovereenkomst. Ook voor aansprakelijkheid op grond van het handelen van de bestuurders als vereffenaars van de ontbonden vennootschap bestaat geen grond, omdat - volgens de rechtbank - door eiser niet uitdrukkelijk aanspraak is gemaakt op betaling van de contractuele boete; de aanspraak was zo geformuleerd dat deze enkel in geval van een gerechtelijke procedure geldend zou worden gemaakt.

Het is vaste rechtspraak dat indien een bestuurder bewerkstelligt of toelaat dat de door hem bestuurde vennootschap een aangegane overeenkomst niet nakomt, de bestuurder persoonlijk aansprakelijk kan zijn voor de schade die de wederpartij daardoor lijdt, mits er sprake is van een voldoende ernstig verwijt. Het zal echter van de concrete omstandigheden van het geval afhangen of het aan de bestuurder te maken verwijt voldoende ernstig is om hem persoonlijk aansprakelijk te houden. De rechtspraak op dit gebied is veelzijdig en steeds zijn de concrete feiten en omstandigheden bepalend of er sprake is van een voldoende ernstig persoonlijk verwijt.

Wat te doen als bestuurder?

Bestuurders en feitelijk leidinggevenden binnen een vennootschap doen er in ieder geval goed aan om vooruit te blikken op de gevolgen van een eventuele overdracht van ondernemingsactiviteiten voor (de nakoming van) bestaande overeenkomsten alvorens wordt besloten tot ontbinding van de vennootschap. Te allen tijde moet voorkomen worden dat deze overdracht van activiteiten de indruk kan wekken dat een specifieke contractant benadeeld wordt en tot gevolg heeft dat met enige contractant gesloten overeenkomst niet meer kan worden nagekomen. Ook zal in geval van de overdracht van overeenkomsten altijd de medewerking van de wederpartij/contractant moeten worden verkregen (naast een akte tussen de overdrager en de overnemende partij) om een rechtsgeldige overdracht van de desbetreffende overeenkomst te bewerkstelligen. Het verdient dan ook aanbeveling om een voorgenomen overdracht van ondernemingsactiviteiten en/of overeenkomsten tijdig kenbaar te maken aan wederpartijen bij bestaande contracten met de vennootschap.

Voorts dienen bestuurders die als vereffenaar optreden in het kader van de vereffening rekening te houden met uitdrukkelijke aanspraken van derden ingesteld jegens de vennootschap.