Global menu

Our global pages

Close

Bestuurdersaansprakelijkheid tegenover aandeelhouder

  • Netherlands
  • Corporate

07-11-2008

Op grond van de wet en vaste rechtspraak is een bestuurder van een vennootschap bij onbehoorlijke taakvervulling tegenover deze vennootschap aansprakelijk. De Hoge Raad besliste onlangs dat in geval van onbehoorlijke taakvervulling ook tegenover een individuele aandeelhouder aansprakelijkheid kan bestaan.

NOM Investerings- en Ontwikkelingsmaatschappij N.V. ("NOM") houdt 49,9 % en Beheer B.V. ("Beheer") houdt 50,1 % van de aandelen in Holding B.V. ("Holding"). Beheer is ook bestuurder van Holding (en "X" is bestuurder van Beheer). NOM verstrekt een achtergestelde geldlening aan Holding, welke opeisbaar is bij surseance van betaling. Tegelijkertijd wordt in de statuten van Holding opgenomen dat goedkeuring van de algemene vergadering van aandeelhouders ("AVA") vereist is als het bestuur besluit tot aanvraag van surseance van betaling. Daarnaast sluiten NOM, Holding en Beheer een aandeelhoudersovereenkomst waarbij NOM een vetorecht krijgt ten aanzien van AVA-besluiten tot goedkeuring van bestuursbesluiten.

Beheer vraagt vervolgens surseance van betaling voor Holding aan zonder de verplichte goedkeuring van de AVA. De dag daarna failleert Holding. NOM stelt Beheer als bestuurder aansprakelijk omdat deze in strijd met de aandeelhoudersovereenkomst en de statuten van Holding heeft gehandeld.

Verhouding bestuurder - Venootschap

Bij onbehoorlijke taakvervulling is een bestuurder in beginsel aansprakelijk tegenover de vennootschap (interne aansprakelijkheid op grond van artikel 2:9 Burgerlijk Wetboek). Vereist is dat een bestuurder "ernstig verwijtbaar" heeft gehandeld. Dit is een relatief hoge drempel om te voorkomen dat de bestuurder (i) de vrijheid mist om te ondernemen en (ii) de vennootschap al te risicomijdend gaat besturen. Of er sprake is van "ernstig verwijtbaar" handelen moet worden beoordeeld naar alle omstandigheden van het geval.

Een bestuurder is in beginsel aansprakelijk tegenover de vennootschap indien hij in strijd handelt met een statutaire bepaling die de vennootschap beoogt te beschermen. De bestuurder heeft daarbij wel de mogelijkheid aan te tonen dat hij ondanks schending van een statutaire bepaling niet aansprakelijk is.

Verhouding bestuurder - Aandeelhouder

De Hoge Raad heeft in onderhavige casus geoordeeld dat voornoemde norm die tussen de bestuurder en de vennootschap geldt in beginsel overeenkomstig van toepassing is op de verhouding tussen de bestuurder en een individuele aandeelhouder. De Hoge Raad oordeelde dat bestuurshandelingen in strijd met statutaire bepalingen die een individuele aandeelhouder beogen te beschermen in beginsel leiden tot aansprakelijkheid van de bestuurder jegens die aandeelhouder. De bestuurder kan feiten en omstandigheden aanvoeren die zijn handelen rechtvaardigen.

De Hoge Raad overweegt dat: "gezien de zelfgekozen betrokkenheid van individuele aandeelhouders bij de gang van zaken binnen de vennootschap, de maatstaven van redelijkheid en billijkheid met zich mee brengen dat de hoge drempel van artikel 2:9 BW overeenkomstig van toepassing is bij een door een individuele aandeelhouder tegen een bestuurder aanhangig gemaakte aansprakelijkheidprocedure."

Omdat in de verhouding van de bestuurder tegenover een individuele aandeelhouder dus dezelfde norm voor aansprakelijkheid geldt als in de verhouding tegenover de vennootschap hoeven bestuurders in principe niet anders te handelen als gevolg van deze uitspraak. Wel moeten bestuurders zich ervan bewust zijn dat schending van statutaire bepalingen die beogen individuele aandeelhouders te beschermen in beginsel zal leiden tot aansprakelijkheid zowel naar de vennootschap (of curator in geval van faillissement) als naar een individuele aandeelhouder.

Schade

Over de vraag of de schade die NOM als aandeelhouder lijdt, voor vergoeding in aanmerking komt, laat de Hoge Raad zich niet uit. Advocaat Generaal Timmerman merkt hierover in zijn advies aan de Hoge Raad op dat: indien zowel de vennootschap als een individuele aandeelhouder als gevolg van hetzelfde nalaten van een bestuurder een schadevordering heeft, de vordering van de vennootschap voor gaat. Deze gedachte is in lijn met de bestaande jurisprudentie over dit onderwerp (afgeleide schade). Het vervolg van de procedure zal hopelijk uitwijzen of NOM uiteindelijk haar schade vergoed zal zien.

Naar aanleiding van uitspraak van de Hoge Raad van 20 juni 2008, LJN: BC4959