Global menu

Our global pages

Close

Borg vervalst handtekening van echtgenote - Bank niet te goeder trouw

  • Netherlands
  • Financial services disputes and investigations

02-05-2013

Het gerechtshof te Leeuwarden heeft recentelijk geoordeeld dat op de Rabobank (de Bank) als professionele partij een nadere onderzoeksplicht rustte om te verifiëren of de echtgenote van de borg daadwerkelijk akkoord ging met de borgstelling. In dit geval had de man zich borg gesteld ten behoeve van de Bank (de Borg) waarna de Bank de overeenkomst naar het huisadres van de echtgenote van de Borg heeft gestuurd ter ondertekening door de vrouw. De Borg vervalst echter de handtekening van zijn vrouw en zendt de overeenkomst terug naar de Bank. Als de Bank de Borg aanspreekt vernietigt de vrouw de overeenkomst op grond van art. 1:88 lid 1 sub c j˚ 1:89 lid 1 BW. De Bank beroept zich onder meer op de goede trouw van de Bank en het onrechtmatig handelen van de Borg, waardoor de Borg de Bank onrechtmatig schade heeft toegebracht. De Borg beroept zich onder andere op eigen schuld van de Bank.

Het hof oordeelt als volgt. Nu de Bank enkel is afgegaan op een document dat buiten haar aanwezigheid is ondertekend, kan zij niet te goeder trouw worden geacht in de zin van art. 1:89 lid 2 BW. De omstandigheid dat de Bank haar onderzoeksplicht heeft geschonden wordt geacht in gelijke mate aan de schade te hebben bijgedragen als de vervalsing van de handtekening. Gelet op de ratio van art. 1:88 BW, zijnde bescherming van de echtgenoten tegen het verrichten van rechtshandelingen die gezien het voorwerp van de rechtshandeling of de aard daarvan benadelend zijn of een groot financieel risico meebrengen, eist de billijkheid dat een eventuele vergoedingsplicht van de Borg, voortvloeiend uit zijn onrechtmatig handelen, geheel vervalt.

Ten eerste houdt de uitspraak in dat banken een vergaande zorg- en onderzoeksplicht hebben om een handtekening te verifiëren. Banken kunnen niet slechts vertrouwen op het versturen van de akte per post; het is dan ook raadzaam om de echtgeno(o)t(e) te laten tekenen in aanwezigheid van een bankmedewerker of de handtekening te laten legaliseren door een notaris.

Ten tweede is opvallend dat bij het bepalen van de schade volgens het hof de fraude van de Borg en het schenden van de zorgplicht door de Bank even zwaar wegen. Bovendien wordt de billijkheidscorrectie volledig in het nadeel van de Bank toegepast. Het hof gaat hiermee behoorlijk ver, waardoor de Borg – ondanks zijn onrechtmatig handelen tegenover de Bank - vrij makkelijk onder zijn verplichtingen uitkomt. De uitspraak bevestigt dat veel waarde wordt toegekend aan art. 1:88 BW en de bescherming van het gezin. Daarnaast kunnen banken niet meer vertrouwen op een per post verstuurde handtekening, waarmee de zorgplicht van banken in Nederland weer eens wordt opgeschroefd.