Global menu

Our global pages

Close

Crediteurenbescherming: deel 2 pandrecht op vorderingen

  • Netherlands
  • Corporate

31-05-2011

Op dit weblog wordt periodiek een aantal middelen behandeld die crediteuren ter beschikking staan tot zekerheid voor de betaling van hun vorderingen en/of werkzaamheden. Eerst komen de zogenaamde zakelijke zekerheden, zoals pandrecht en hypotheekrecht aan bod. Vervolgens zullen diverse andere vormen van (oneigenlijke) zekerheden worden behandeld, waaronder het retentierecht, de borgtocht, het eigendomsvoorbehoud, het recht van reclame, de bankgarantie, letter of credit (documentair accreditief) en hoofdelijkheid. Er bestaat een verschil tussen een stil pandrecht en een openbaar pandrecht en tussen een pandrecht op roerende zaken en een pandrecht op vorderingen.

In de eerste bijdrage werd het pandrecht op roerende zaken besproken. In deze tweede bijdrage zal het pandrecht op vorderingen worden toegelicht.

Het vestigen van een pandrecht op een vordering geeft degene die het pandrecht verkrijgt een verhaalsrecht op de vordering die door het pandrecht wordt bezwaard. Een voorbeeld hiervan is een fabrikant die een pandrecht geeft (de pandgever) aan de bank (de pandhouder) op de vordering die de fabrikant op zijn afnemers heeft (de debiteuren). Indien de fabrikant op enig moment de lening aan de bank niet aflost of nalaat de rente over de lening te betalen, kan de bank haar pandrecht uitoefenen en het uitstaande bedrag onder de lening verhalen. De bank zal haar pandrecht uitoefenen door de debiteuren op de hoogte te brengen van het feit dat zijn schuld aan de fabrikant is verpand aan de bank en de debiteur zijn schuld aan de fabrikant enkel nog kan voldoen aan de bank en niet meer aan de fabrikant. Indien een debiteur na de mededeling van de bank de factuur toch voldoet aan de fabrikant (of bij een eventueel faillissement aan de curator) en niet aan de bank dan zal de bank toch nog betaling (ofwel nakoming) van de debiteur kunnen vorderingen. De debiteur kan na de mededeling namelijk niet meer bevrijdend betalen.

Het pandrecht op vorderingen kent - gelijk als bij vestiging op roerende zaken - een aantal vereisten voor totstandkoming, namelijk (i) een geldige titel die verplicht tot vestiging door (ii) een beschikkingsbevoegde. Met een geldige titel wordt gedoeld op de (rechts)grond die aan de totstandkoming (de vestiging) van het pandrecht ten grondslag ligt. De pandgever dient bovendien beschikkingsbevoegd te zijn om een pandrecht op de vordering te vestigen. Hiermee wordt bedoeld dat enkel degene die rechthebbende is van de vordering hierop een pandrecht kan vestigen.

Op een vordering kunnen twee soorten pandrechten worden gevestigd namelijk een (a) openbaar of (b) stil pandrecht. Een openbaar pandrecht is een pandrecht waarbij mededeling van de vestiging van het pandrecht aan de debiteur wordt gedaan.

De vordering kan ook worden verpand zonder de debiteur daarvan op de hoogte te stellen, namelijk door vestiging van een stil pandrecht. Het is in dat geval voor de debiteur niet kenbaar dat er een stil pandrecht op de vordering is gevestigd. Een stil pandrecht wordt - gelijk als bij een bezitloos pandrecht op een roerende zaak - gevestigd bij een authentieke akte of een onderhandse akte gevestigd. Een authentieke akte wordt door een notaris opgemaakt. Een onderhandse akte kan door partijen (of een van hun advocaten) worden opgemaakt. Om een geldig stil pandrecht te vestigen bij onderhandse akte dient deze te worden geregistreerd bij de Belastingdienst. Deze registratie is kosteloos. Zie de website van de Belastingdienst voor meer informatie.

Indien de pandgever failliet gaat zal de pandhouder de verpande vorderingen wensen te innen. Zolang de debiteuren van de verpande vorderingen geen mededeling van het pandrecht is gedaan, is enkel de (curator van de) pandgever bevoegd om deze vorderingen te innen. Een pandhouder zal dan ook snel met een curator willen overleggen in een dergelijk geval om zijn vorderingen te innen. Een pandhouder doet er daarom verstandig aan om zo snel mogelijk met de curator van de pandgever om de te tafel te gaan zitten. Daarbij zal de pandhouder duidelijk moeten maken dat deze de bevoegdheid heeft om het stille pandrecht om te zetten in een openbaar pandrecht. Vanaf dat moment kan de debiteur enkel en alleen betalen aan de pandhouder en niet meer aan de (curator van de) pandgever.

For more information contact

< Go back

Print Friendly and PDF
Subscribe to e-briefings