Global menu

Our global pages

Close

Geoorloofde selectieve betaling of paulianeus handelen?

  • Netherlands
  • Other

16-01-2014

Rechtbank Amsterdam
23 oktober 2013
Zaaknr.: HA EXPL 12-1590

Faillissementsrecht – Dwangcrediteuren, die nodig zijn om de bedrijfsvoering van een onderneming te continueren, mogen onder bijzondere omstandigheden worden begunstigd boven andere schuldeisers zonder dat deze betaling kan worden vernietigd op grond van artikel 47 FW. Doorslaggevend is of ten tijde van de betreffende betalingen de onderneming feitelijk failliet was of dat er nog sprake was van een levensvatbare bedrijfsvoering.

Exploitant huurde zogeheten partyschepen om deze vervolgens te exploiteren voor evenementen. Sinds 2011 verzorgde de leverancier de catering op deze schepen. De leverancier was een aan de exploitant gelieerde vennootschap; ze hadden hetzelfde bestuur en deels dezelfde aandeelhouder.

Omstreeks augustus 2011 werd bekend dat de exploitant een ernstig financieringsprobleem had en uiteindelijk niet in staat bleek om deze achterstanden binnen een afzienbare periode in te lopen. De bestuurder van de exploitant heeft vervolgens op 14 november 2011 een brief aan haar crediteuren verzonden met onder andere de mededeling ‘dat het niet verwacht mag worden dat het mogelijk is de vennootschap in leven te houden’ alsmede een voorstel tot het treffen van een onderhands schuldenakkoord (elke crediteur krijgt 10% van zijn vordering).

Ondanks de ernstige financiële problemen heeft de exploitant in de periode van 15 t/m 25 november 2011 toch een viertal aanzienlijke betalingen gedaan aan de leverancier. Nadat het faillissement van de exploitant was uitgesproken stelde de curator dat deze betalingen paulianeus en vernietigbaar waren op grond van art. 42 althans 47 FW en vorderde terugbetaling.

De rechtbank oordeelde dat de vorderingen van de leverancier op de exploitant opeisbaar waren en dat aldus een beroep op faillissementspauliana vanwege een onverplichte rechtshandeling ex art. 42 FW, faalde. Het beroep op art. 47 FW was wel gegrond. Er was sprake geweest van samenspanning c.q. overleg tussen debiteur en crediteur, dat wil zeggen dat niet alleen bij leverancier maar ook bij exploitant de bedoeling aanwezig was door de gewraakte betaling de leverancier boven de andere schuldeisers te begunstigen, waardoor de andere schuldeisers zijn benadeeld. Dit werd versterkt door het feit dat leverancier en exploitant dezelfde bestuurder hadden.

Het verweer was dat de leverancier diende te worden gekwalificeerd als dwangcrediteur, want als de leverancier niet betaald zou worden, had de exploitant haar activiteiten niet meer kunnen voortzetten, terwijl voortgang van de onderneming middels een schuldeisersakkoord een reële optie was. Dat verweer ging niet op volgens de rechter. Alleen indien de onderneming (nog) niet is gestaakt en de betaling is gedaan in een periode dat de onderneming nog actief en nog niet feitelijk failliet is, kan een selectieve betaling aan een zogenoemde dwangcrediteur geoorloofd zijn. De rechter oordeelde dat de exploitant ten tijde van de betalingen aan de leverancier al technisch failliet was en vernietigde dan ook de rechtshandeling strekkende de betaling door de exploitant aan de leverancier en veroordeelde de leverancier tot terugbetaling van de hoofdsom.

For more information contact

< Go back

Print Friendly and PDF
Subscribe to e-briefings