Global menu

Our global pages

Close

Implementatiewet richtlijn en verordering kapitaalvereisten

  • Netherlands
  • Banking and finance

15-04-2014

Momenteel ligt het voorstel voor de implementatiewet richtlijn en verordening kapitaalvereisten ter behandeling bij de Tweede Kamer (het “Wetsvoorstel”). Hiermee worden, naast het Bazel III akkoord, aanvullende regels ter harmonisatie van het prudentiële toezicht op banken en beleggingsondernemingen geïmplementeerd.

Het Wetsvoorstel neemt de strengere kapitaaleisen van Bazel III over, die niet alleen voor banken maar ook voor bepaalde beleggingsondernemingen gelden. Zowel op kwalitatief als kwantitatief vlak worden de kapitaaleisen aangescherpt. Daarnaast worden er kapitaalbuffers geïntroduceerd: (i) de contracyclische kapitaalbuffer, die dient om schommelingen in de kredietcyclus te kunnen opvangen, (ii) de kapitaalconserveringsbuffer van 2,5% van de risicogewogen activa, (iii) de systeemrelevantiebuffer waaraan systeemrelevant banken moeten voldoen en (iv) de systeemrisicobuffer die wordt ingezet om langetermijn, niet-cyclysiche systeemratio’s of macroprudentiele risico’s te adresseren. Deze laatste twee buffers zijn optioneel voor de lidstaten en worden door Nederland in het Wetsvoorstel meegenomen.

Ook worden aanvullende eisen gesteld aan de liquiditeit van banken, door de introductie van de liquiditeitsdekkingsgraad en de netto stabiele financieringsverhouding. De liquiditeitsdekkingsgraad geeft aan in hoeverre een bank op een termijn van 30 dagen aan de mogelijke uitstroom van opeisbare deposito’s kan voldoen door verkoop van zeer liquide activa. De netto financieringsverhouding bepaalt de verhouding tussen kortlopende financiering en de langlopende kredietuitzettingen.

Verder wordt een observatieperiode van 4 jaar ingesteld voor de introductie van een hefboomratio. Met de introductie van de hefboomratio (naar verwachting in 2018) wordt geprobeerd de verhouding tussen eigen vermogen en vreemd vermogen te normaliseren. Het kabinet streeft naar een hefboomratio van minimaal 4% voor in elk geval alle systeemrelevante banken in de EU.

Ten slotte bevat het Wetsvoorstel een beperking van variabele beloningen voor medewerkers wiens werkzaamheden het risicoprofiel van de onderneming wezenlijk kunnen beïnvloeden, een uitbreiding van de bevoegdheden van DNB in geval van overtreding van regels van prudentieel toezicht en een beperking van de verplichte verklaring van geen bezwaar voor uitkeringen ten laste van het eigen vermogen. De vvgb-plicht zal alleen nog zien op uitkeringen ten laste van het eigen vermogen voor zover het tier-1 vermogensbestanddelen betreft.

Het Wetsvoorstel zal naar verwachting medio 2014 in werking treden.