Global menu

Our global pages

Close

Hoge Raad: bij kennelijk onredelijk ontslag geen toepassing kantonrechtersformule

  • Netherlands
  • Employment law

07-12-2009

Op 27 november 2009 heeft de Hoge Raad (LJ BJ6596) uitsluitsel gegeven in de discussie over de berekeningswijze van de vergoedingen bij een kennelijk onredelijk ontslag. De Hoge Raad heeft hiermee de eerdere uitspraak van het Hof 's Gravenhage van 2 december 2008 vernietigd en de zaak voor verdere behandeling en beslissing verwezen naar het Hof Amsterdam.

De discussie over de berekeningswijze van vergoedingen bij kennelijk onredelijk ontslag was ontstaan nadat het gerechtshof 's-Gravenhage in zijn uitspraken aanknoopte bij de kantonrechtersformule voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst (ook wel: "A B C formule")waarbij het hof een algemene korting op de correctie factor (c-factor) toepaste van 30%. Korte tijd later hanteerden de vier andere Gerechtshoven (Amsterdam, Den Bosch, Arnhem en Leeuwarden) een daarvan afwijkende formule, de zogenaamde X Y Z formule, waarbij eveneens werd aangesloten bij de kantonrechtersformule maar de Z factor maximaal 0,5 is (tegen in beginsel een neutrale c-factor = 1 bij de A B C formule). De lagere rechtspraak ten aanzien van de berekeningswijze bleek ook na de uitspraken van de verschillende Gerechtshoven evenmin eenduidig.

In zijn uitspraak stelt de Hoge Raad vast dat allereerst dient te worden vastgesteld dat het ontslag kennelijk onredelijk was. Pas als dat vast is komen te staan kan de rechter beoordelen welke vergoeding aan de werknemer passend is. Het enkele ontbreken van een vergoeding bij een opzegging van de arbeidsovereenkomst via het UWV maakt het ontslag dus niet, zoals eerder wel gedacht werd, automatisch kennelijk onredelijk. Dat op zich is goed nieuws voor werkgevers. Het geeft alleen nog geen inzicht in de wijze waarop de vergoeding wordt berekend indien volgens de rechter wel sprake is van een kennelijk onredelijk ontslag.

De Hoge Raad zegt over de berekeningswijze van de vergoeding het volgende. De vergoeding naar billijkheid die kan worden toegekend bij een ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens verandering van omstandigheden is volgens de Hoge Raad een andere vergoeding dan de vergoeding die wegens geleden schade bij een kennelijk onredelijk ontslag wordt toegekend. De schadevergoeding bij kennelijk onredelijk ontslag moet volgens de daarvoor geldende begrotingsregels worden vastgesteld. Omdat bij de berekening van de schade de individuele omstandigheden van de zaak van belang zijn, past volgens de Hoge Raad niet een algemene kantonrechtersformule, ook niet met een algemene korting daarop zoals het hof 's-Gravenhage die hanteert. De voorspelbaarheid van beslissingen waarbij de vergoeding wordt toegekend zal volgens de Hoge Raad in belangrijke mate afhankelijk zijn van het inzicht dat de rechter geeft in de wijze waarop deze beslissingen tot stand zijn gekomen. Dit geldt met name voor wat betreft de factoren die bij de bepaling van de vergoeding een rol spelen.

Een zekere harmonisatie kan volgens de Hoge Raad tot stand worden gebracht door deze van belang zijnde factoren duidelijk te benoemen en door inzichtelijk te maken welke financiële gevolgen in soortgelijke gevallen eventueel aan de verschillende factoren kunnen worden verbonden.

De rechtspraak zou in dit kader aangesloten kunnen worden bij enkele factoren die onder meer door hof Arnhem in het arrest van 7 juli 2009 zijn genoemd. Het hof noemt:

1. omstandigheden gelegen in het dienstverband en de opzegging, bijvoorbeeld:

  • of de opzeggingsgrond in de risicosfeer ligt van de werkgever of de werknemer
  • de noodzaak voor de werkgever om het dienstverband te beëindigen
  • de duur van het dienstverband, de leeftijd van het de werknemer
  • de door de werkgever bij de werknemer gewekte verwachtingen, de financiële positie van de werkgever, de pogingen van partijen om een oplossing te bereiken ter vermijding van ontslag.

2. bij arbeidsongeschiktheid:

  • de relatie tussen het werk en de arbeidsongeschiktheid
  • de verwijtbaarheid van de werkgever bij de arbeidsongeschiktheid
  • de aard, de duur en de mate van arbeidsongeschiktheid en de kans op herstel
  • de opstelling en inspanning van de werkgever ten aanzien van de reïntegratie
  • de geboden financiële compensatie.

3. omstandigheden in verband met passend werk:

  • de inspanningen van de werkgever om ander passend werk te vinden binnen de onderneming en zonodig extern, bijvoorbeeld door om- of bijscholing
  • de flexibiliteit van de werkgever en werknemer
  • de kansen voor de werknemer om ander passend werk te vinden
  • vrijstelling van de werkzaamheden gedurende de opzegtermijn.

4. getroffen voorzieningen en financiële compensatie zoals:

  • een reeds aangeboden of betaalde vergoeding
  • een vooraf individueel overeengekomen afvloeiingsregeling
  • een sociaal plan

Deze lijst van factoren zou nader kunnen worden uitgewerkt en van wegingsfactoren worden voorzien. Uiteindelijk zou dat in iedere zaak tot een op de zaak toegespitste schadebegroting moeten leiden.

Hoewel de Hoge Raad zich nog niet heeft uitgelaten over de arresten van de 4 andere Gerechtshoven, valt uit de uitspraak van de HR af te leiden dat ook toepassing van de X Y Z formule bij een kennelijk onredelijk ontslag vanwege de algemene toepassing van de formule, niet de juridische methode is volgens de Hoge Raad.

Vooralsnog lijkt de poging van de verschillende gerechtshoven om te komen tot harmonisatie van de berekeningswijze van de vergoeding bij kennelijk onredelijk ontslagzaken als gevolg van deze Hoge Raad uitspraak mislukt. Het wachten is nu op de uitwerking van van belang zijnde factoren die in de lagere rechtspraak zullen worden ontwikkeld en die tot nadere harmonisatie ten aanzien van de toe te kennen vergoeding bij kennelijk onredelijk ontslag zouden moeten leiden.

Zie ook 'Bij ontslag meeste baat bij confectie' (artikel Financieel Dagblad door Simon Tan).