Global menu

Our global pages

Close

Minister van Financiën beantwoordt Kamervragen crowdfunding; weinig nieuws

  • Netherlands
  • Banking and finance

28-04-2014

Op 25 april 2014 heeft de Minister van Financiën per brief een aantal Kamervragen inzake crowdfunding beantwoord.

De Minister geeft in zijn antwoord onder meer aan: “Door promotie, inzet van bestaande kennis en instrumenten en het wegnemen van belemmeringen in de regelgeving stimuleert het kabinet de ontwikkeling van crowdfunding”.

De Minister bevestigt in zijn Brief dat de rol van een crowdfunding platform veelal bemiddelend van aard is en dat er een drietal situaties onderscheiden kan worden: “een crowdfunding platform kan bemiddelende werkzaamheden verrichten ten aanzien van 1) obligaties of aandelen, 2) leningen aan particulieren en 3) leningen aan zakelijke partijen.”

Afhankelijk van de vorm waarin de crowdfunding plaatsvindt zal er een specifieke verbodsbepaling uit de Wet op het financieel toezicht (“Wft”) van toepassing zijn. In beginsel leidt dit tot (a) een vergunningplicht als beleggingsonderneming (art. 2:96 Wft), (b) een vergunningplicht als financieel dienstverlener (art 2:80 Wft) of (c) een ontheffing voor het bemiddelen in opvorderbare gelden (art 3:4 lid 4 Wft).

De AFM toetst bij de vergunning- of ontheffingsverlening op de volgende elementen (zie Brief):

 

 

Betrouwbaarheid beleidsbepalers

Deskundigheid bestuurders

Inrichting bedrijfsvoering

Prudentiële eisen

Vergunning beleggingsonderneming

x

x

x

x

Vergunning financieel dienstverlener

x

x

x

 

Ontheffing opvorderbare gelden

x

 

x

 


Belangrijk om te benadrukken is dat vorenstaande, gelijk de gehele Brief, enkel ziet op de positie van het crowdfundingplatform. Geen aandacht wordt besteed aan de positie van de investeerders en de kapitaalontvangers, terwijl ook hun positie, naar mijn mening, vanuit Wft perspectief in ogenschouw dient te worden genomen.

De Minister maakt kenbaar voornemens te zijn om voor de zomer 2014 te beginnen me: “(…), in samenwerking met de AFM, DNB en EZ, het huidige toezichtkader voor crowdfunding opnieuw onder de loep te nemen en te onderzoeken of de huidige regelgeving nog beter op crowdfunding kan worden toegesneden.”

Huidige belemmeringen

De Minister identificeert de navolgende belemmeringen met betrekking tot crowdfunding en wet- en regelgeving:

  1. bekendheid: om de bekendheid te vergroten is o.a. een voorlichtingscampagne van de branchvereniging Nederland Crowdfunding van start gegaan en wordt crowdfunding via de financieringsdesk van de Kamer van Koophandel onder de aandacht gebracht;
  2. vertrouwen: de Minister van Economische Zaken heeft crowdfunding platforms verzocht meer transparantie te betrachten aangaande de risico’s die aan crowdfunding zijn verbonden. Dit wordt deels ondervangen door een door de branchvereninging ontwikkelde code of conduct, afgesproken is met de Minister van EZ dat de branchvereniging aan de minister rapporteert omtrent de toepassing van de code of conduct en de externe audit; en
  3. financiële stimulansen voor groei: wet- en regelgeving mag geen belemmering vormen, maar er dient wel een belangenafweging in ogenschouw te worden genomen daar waar het ziet op bijvoorbeeld transparantie, misleidende informatie, frauderisico en tegenpartij risico.

Europa

Niet alleen in Nederland, ook in ander EU Lidstaten neemt crowdfunding een vlucht. Momenteel is er nog geen specifieke (Europese) regelgeving voor crowdfunding en moet men het doen met de bestaande (geïmplementeerde) richtlijnen en verordeningen.

Recente Europese initiatieven op het gebied van crowdfunding zijn:

  • consultatie door de Europese Commissie;
  • oprichting werkgroep crowdfunding door ESMA en EBA;
  • regelmatige contacten tussen Europese toezichthouders;
  • in Italië, UK en Frankrijk wordt actief aan crowdfunding specifieke wet- en regelgeving gewerkt.

Afsluiting

De Minister sluit zijn Brief af met een herhaling van het eerder verwoorde voornemen: hij gaat beoordelen of het huidige toezichtregime nog beter kan worden toegesneden op de snelle groei van crowdfunding en op welke wijze een verantwoorde groei van de sector kan worden gewaarborgd.

Voor nu blijft het nog even afwachten op welke termijn en wijze er invulling gegeven gaat worden aan dit voornemen. Daarnaast blijft vooralsnog in het midden of er ook gekeken gaat worden naar eventuele toezichtrechtelijke belemmeringen die gelden voor de investeerder dan wel de kapitaalontvanger denk aan het aanbieden van krediet (art. 2:60 Wft) of het aantrekken van opvorderbare gelden (art. 3:5 Wft).