Global menu

Our global pages

Close

Nieuwe aanpak faillissementsfraude

  • Netherlands
  • Banking and finance
  • Corporate

24-05-2011

Onlangs berichtte Het Financieele Dagblad dat het Ministerie van Justitie en Veiligheid (Ministerie) en het Openbaar Ministerie (OM ) streven naar een nieuwe aanpak van faillissementsfraude. Vertegenwoordigers van beide instanties hebben naar aanleiding van een bijeenkomst over dit onderwerp een gezamenlijk plan opgesteld in een notitie.

Faillissementsfraude houdt in dat fraude wordt gepleegd tijdens of door middel van het failliet laten gaan van een bedrijf. Een voorbeeld is het verkopen van een noodlijdend bedrijf aan malafide B.V.-opkopers, die de onderneming leeghalen en laten failleren. Schuldeisers zijn hier uiteindelijk de dupe van. In 2004 heeft het WODC, het wetenschappelijke instituut van het Ministerie, 868 faillissementen onderzocht. Bij ongeveer een kwart vonden de onderzoekers 'enige vorm' van fraude, waarbij vooral het UWV en de Belastingdienst het slachtoffer waren. De totale schade van de onderzochte zaken bedroeg ongeveer EUR 220 miljoen.

Naast het Ministerie en het OM vinden ook de overige betrokken partijen waaronder de Kamers van Koophandel (KvK), het midden- en kleinbedrijf (MKB), de Belastingdienst, de fiscale opsporingsdienst (Fiod), de politiecuratoren en de rechters-commissarissen die zich over faillissementsaanvragen buigen, dat de bestrijding van faillissementsfraude veel beter kan.

Sinds 2004 wordt faillissementsfraude aangepakt via twee wegen: de strafrechtelijke en de preventieve aanpak. De strafrechtelijke aanpak stagneert omdat de curatoren te weinig aangifte doen. Zij worden in de regel geconfronteerd met een lege boedel waardoor er geen geld is om onderzoek te doen naar de daadwerkelijke reden van faillissement. Ook van de preventieve aanpak is nog weinig terechtgekomen. Zo is er nog geen nieuw computersysteem voor toezicht op rechtspersonen en bestaat er nog geen civielrechtelijk verbod tot besturen van rechtspersonen.

In de notitie van het Ministerie en het OM wordt gesteld dat faillissementsfraude een typisch ketenprobleem is, waarvoor geen enkele instantie eindverantwoordelijk is. Het probleem kan dan ook alleen met intensieve samenwerking tussen alle partijen worden aangepakt. Het Ministerie en het OM willen de komende tijd alle betrokken instanties benaderen om afspraken te maken over preventie, detectie, informatie-uitwisseling, interventiestrategieën en eventueel repressief optreden.

Recofa, het landelijk overlegorgaan van rechters-commissarissen in faillissementen, is van mening dat er een nieuwe toezichthouder moet komen die zich vooral richt op preventie maar ook repressieve bevoegdheden zou moeten krijgen. Bovendien moet niet de huidige strafrechtelijke, maar de civielrechtelijke aanpak op de voorgrond komen, waarbij creatieve oplossingen zoals een verplichte bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering of een civielrechtelijk verbod tot besturen van rechtspersonen mogelijke oplossingen zijn.

MKB Nederland is een voorstander van nauwere samenwerking maar plaatst wel wat praktische kanttekeningen bij de rol van de KvK en het invoeren van een civielrechtelijk verbod tot besturen van rechtspersonen. Andere voorstanders van hechte samenwerking zijn KvK Nederland en de Belastingdienst. De KvK zou zelfs meer bevoegdheden willen krijgen om faillissementsfraude effectief te bestrijden.

De enige partij die sceptisch is tegenover het plan van het Ministerie en het OM is Insolad, de vereniging van curatoren. Zij vraagt zich af of er daadwerkelijk iets gaat gebeuren en stelt dat er 'redelijk wat onvrede' bestaat onder de curatoren omdat zij na het doen van aangifte vaak niets meer horen over de zaak. Positief voor de curatoren is dat het Ministerie de garantstelling wil verruimen, wat betekent dat curatoren die geconfronteerd worden met een lege boedel, makkelijker geld kunnen krijgen voor het doen van onderzoek.

De algemene consensus is aldus dat op dit moment geen enkele partij eindverantwoordelijk is voor de aanpak van faillissementsfraude en dat er meer succes te behalen valt als de betrokken partijen samenwerken. Het Ministerie en het OM zullen hierin de leiding moeten nemen om daadkrachtig op te kunnen treden.