Global menu

Our global pages

Close

NMa en NZa publiceren Richtsnoeren zorggroepen

  • Netherlands
  • Health and safety

23-09-2010

In de Richtsnoeren wordt ingegaan op de toepassing van de Mededingingswet (Mw) en de Wet Marktordening Gezondheidszorg (Wmg) ten aanzien van zorggroepen. De Richtsnoeren geven hiermee een kader waarbinnen zorgaanbieders samenwerkings-afspraken mogen maken. De Richtsnoeren vormen een aanvulling op de Richtsnoeren voor de Zorgsector van de NMa van maart 2010 en de Beleidsregel AMM.

In het algemeen zijn de toezichthouders voorstander van samenwerkingsafspraken als de kwaliteit van de zorg voor de patiënt daar beter van wordt. Echter, afspraken die onnodige concurrentie belemmeren of leiden tot een misbruik van marktmacht zijn verboden.

Zorggroepen

Volgens de NMa en de NZa is er sprake van een zorggroep als een partij een afzonderlijke rechtsvorm heeft gecreëerd om een coördinerende rol te spelen op het gebied van de behandeling van een of meer chronische ziekten. Een zorggroep sluit contracten met zorgverzekeraars en heeft als doel de operationele kwaliteit van zorg te verbeteren. Bestaande zorggroepen zijn veelal huisartsen.

Zorggroepen komen in twee hoofdvormen voor: (i) De zorggroep waarbij de zorgaanbieders zelfstandig blijven en (ii) de zorggroep waarbij de zorgaanbieders onderdeel vormen van de zorggroep. Daarnaast bestaat een mengvorm van (i) en (ii).

Zorggroepen en kartelverbod

Bij de vorming van een zorggroep kan er sprake zijn van een concentratie in de zin van de Mw.(1)  De NMa zal moeten toetsen of de concentratie de daadwerkelijke mededinging op de Nederlandse markt op een significante wijze zal belemmeren. Hiervoor dient de relevante markt te worden afgebakend. Voor zorggroepen geldt dat het zwaartepunt van de door hen geleverde zorg ligt in de eerstelijn, voor patiënten met chronische aandoeningen. De NMa gaat uit van een separate relevante markt voor de volgende producten: diabetes, CVR, COPD, hartfalen, artrose, astma, CVA en obesitas (ook wel "ketenzorg" genoemd). De geografische markt voor ketenzorg is lokaal/regionaal bepaald.

De Richtsnoeren lichten verder toe op welke manier het kartelverbod van de Mw van toepassing is en welke vrijstellingen er gelden. Zo bestaan er geen mededingingsrechtelijke bezwaren indien aanbieders van verschillende disciplines elkaar informeren of afspraken met elkaar maken over hun opstelling richting de zorggroep. Ook afspraken over kwaliteitsbevordering tussen concurrenten leveren in het algemeen geen verboden gedraging op, indien deze erop gericht zijn het kwaliteitsniveau te bevorderen. Kwaliteitsafspraken tussen zelfstandige zorgaanbieders kunnen evenwel niet als argument dienen om (minimum) prijzen af te spreken. Daarnaast is samenwerking tussen zorgaanbieders boven de bagatelgrens (2) niet toegestaan indien het gaat om prijsafstemmingen. Ook mogen aanbieders niet afspreken dat ze elkaars patiënten overnemen als deze van zorgaanbieder willen wisselen. De keuzevrijheid van de patiënt wordt hiermee geschaad. Zo mogen zorggroepen ook geen informatie over prijs- en kwaliteitsverschillen tussen zorggroepen met elkaar delen als ze concurrent van elkaar zijn. Ze dienen individueel en onafhankelijk van elkaar de prijs te bepalen waarover ze onderhandelen met de zorgverzekeraar.

Zorggroepen met een machtspositie

De NZa treedt als eerste op wanneer een machtspositie van een zorggroep in potentie de publieke belangen kan schaden.(3)  In het kader van de Mw wordt hierbij ook wel gesproken over een "economische machtspositie", de Wmg spreekt over Aanmerkelijke Markt Macht (AMM). De NZa heeft in het kader van artikel 48 en 49 Wmg de bevoegdheid op te treden in situaties waar sprake is van AMM.

Het doel van AMM verplichtingen is om te voorkomen dat de ontwikkeling van de concurrentie wordt verhinderd. De grootte van het marktaandeel van de zorggroep is een belangrijke aanwijzing voor AMM. Waarbij geldt dat hoe hoger het marktaandeel is, hoe sterker de indicatie voor de aanwezigheid van een AMM is. Zo zal een marktaandeel onder de 25% niet snel een probleem geven en kan er bij een marktaandeel van meer dan 55% worden geconcludeerd dat er sprake is van een AMM.(4)  Uit de consultatie bleek dat veel partijen verwachten dat hun marktaandeel boven de 55% uitkomt.

Er kunnen desondanks factoren zijn die erop wijzen dat er toch effectieve concurrentie is. Factoren die hierbij een rol spelen zijn de aanwezigheid van toetredingsmogelijkheden, overstapkosten en de mate van compenserende inkoopmacht van zorgverzekeraars. Wanneer er sprake is van AMM kan er sprake zijn van (i) uitbuiting: de zorggroep kan voordelen behalen die ze anders niet zou hebben, bijvoorbeeld te hoge prijzen rekenen aan de zorgverzekeraars of (ii) uitsluiting: de zorggroep kan hierdoor de eigen positie verder versterken door die van haar concurrenten te verzwakken, bijvoorbeeld door exclusief te contracteren.

Is er sprake van AMM, dan kan de NZa verplichtingen opleggen op grond van artikel 48 Wmg, welke in de Beleidsregel AMM verder zijn omschreven.

Uitvoeringstoets

De NZa heeft een Uitvoeringstoets opgesteld ten behoeve van de Minister van VWS, waarin wordt behandeld of de NZa aanvullende maatregelen zou moeten nemen ten aanzien van zorggroepen. De conclusie van de NZa is dat de huidige regulering geen aanpassing behoeft, maar dat wel verscherpt toezicht vereist is. De NZa zal de Minister adviseren om op korte termijn de bestaande tarief en prestatieregulering van zorggroepen niet aan te passen. De NZa geeft aan dat het vanwege de transitie in deze markt nog te vroeg is om structurele stappen te nemen op dit moment.

Conclusie

De Richtsnoeren geven een kader waarbinnen zorggroepen en aanbieders die bij ketenzorg betrokken zijn, afspraken kunnen maken. Daarnaast bevatten de Richtsnoeren handvatten voor zorggroepen voor de beoordeling van een AMM situatie. Of er in een concreet geval sprake is van schending van het kartelverbod en of een zorggroep voldoet aan de regels van de AMM, zal mede afhangen van de concrete omstandigheden van het geval, zoals de organisatie van de zorggroep, de positie van de zorggroep op de markt en de gemaakte afspraken.

 

Noten

(1) Er kan immers sprake zijn van een fusie, of van de verkrijging van zeggenschap door een zorggroep over de ondernemingen van voorheen zelfstandige zorgaanbieders (artikel 27 Mw). Een concentratie zal bij de NMa gemeld moeten worden wanneer de drempelwaarde wordt overschreden. Dit houdt in dat de concentratie moet worden gemeld als de ondernemingen gezamenlijk in het kalenderjaar voorafgaand aan de concentratie in totaal meer dan EUR 55.000.000 wereldwijd omzetten, minstens twee van hen binnen Nederland elk een jaaromzet van minimaal EUR 10.000.000 realiseren en ten minste twee van hen elk een jaaromzet van minimaal EUR 5.500.000 met het verlenen van zorg behalen.

(2) Het kartelverbod is niet van toepassing op overeenkomsten waarbij niet meer dan acht ondernemingen betrokken zijn en de totale gezamenlijke omzet niet hoger is dan EUR 1.100.000 (in geval van diensten).

(3) Het hebben van een machtspositie is in beginsel niet verboden, maar misbruik van deze positie is wel verboden.

(4) Het marktaandeel wordt berekend door de omzet en/of het volume van de betrokken aanbieder te delen door de omzet en/of het volume van de gehele relevante markt.

For more information contact

< Go back

Print Friendly and PDF
Subscribe to e-briefings