Global menu

Our global pages

Close

Overleg tussen aandeelhouders en bedrijf en aandeelhouders onderling

  • Netherlands
  • Banking and finance
  • Corporate

07-12-2009

Onlangs werd door de Autoriteit Financiële Markten ("AFM") aangekondigd dat zij aandeelhouders en uitgevende instellingen aanmoedigt om vaker met elkaar te overleggen. Dit geldt tevens voor overleg tussen aandeelhouders onderling. Tot op heden wordt door aandeelhouders weinig gebruik gemaakt van de mogelijkheid om met de uitgevende instelling te overleggen. Terwijl zo'n overleg juist zeer nuttig kan zijn in het kader van het verkrijgen van inzicht in de corperate governance van een uitgevende instelling. Ook zijn aandeelhouders doorgaans zeer huiverig voor het voeren van overleg met andere aandeelhouders. Dit vanwege het feit dat zij vrezen dat dergelijk overleg kwalificeert als acting in concert en daarmee leidt tot meldingsplichten uit hoofde van de Wet op het financieel toezicht ("Wft").

Teneinde meer duidelijkheid te verschaffen wanneer er volgens de AFM sprake van acting in concert is, heeft de AFM een aantal handvatten geïntroduceerd die duidelijk maakt wanneer er (mogelijk) sprake is van acting in concert.

Wanneer is er sprake van acting in concert?

De AFM is van mening dat er sprake van acting in concert indien er een overeenkomst inzake duurzaam gemeenschappelijk stembeleid bestaat. Dit betekent kort gezegd dat aandeelhouders een overeenkomst hebben gesloten op grond waarvan zij zich verplichten om voor een langere periode een gemeenschappelijk stembeleid te voeren. Partijen kunnen hun stem dus niet vrijelijk benutten.

Wil er sprake zijn van duurzaam stembeleid dan dient de overeenkomst betrekking te hebben op het stembeleid in meer dan één aandeelhoudersvergadering. De AFM stelt geen vormvereisten aan de stemovereenkomst. Uit de Voorlichtingsbrochure Aandeelhouders van de AFM, en de recent gepubliceerde aanvulling daarop, volgt dat een simpele handdruk genoeg kan zijn om aan te nemen dat er sprake is van een duurzame stemovereenkomst.

De AFM toetst voor, tijdens en/of na een aandeelhoudersvergadering aan de hand van onder meer de hierna te noemen omstandigheden of er (mogelijk) sprake van acting in concert is:

  1. aandeelhouders maken gebruik van dezelfde advocaat of juridisch adviseur;
  2. aandeelhouders sturen elk de uitgevende instelling brieven met gelijke strekking;
  3. er wordt door aandeelhouders een gezamenlijke procedure geïnitieerd;
  4. het feitelijk stemgedrag van partijen in de algemene vergadering van aandeelhouders vertoont bij herhaling overeenstemming;
  5. aandeelhouders hebben onderling gedrags- of steminstructies gegeven of ontvangen;
  6. door een aantal aandeelhouder is een strategisch onderwerp op de agenda van de algemene vergadering van aandeelhouders geplaatst;
  7. aandeelhouders zijn vergoedingen of garantstellingen overeengekomen;
  8. aandeelhouders zijn gevestigd op hetzelfde adres;
  9. er wordt door aandeelhouders publiekelijk erkend dat zij samenwerken; of
  10. aan- en verkoopgedrag van gelieerde partijen.

Acting in concert en dan?

Indien er sprake is van acting in concert dan wordt aangenomen dat partijen elk individueel beschikken over alle stemrechten die de partijen gezamenlijk bezitten. Wanneer deze hoeveelheid een bepaalde grens (drempelwaarde) overschrijdt, dient er een melding te worden gemaakt. Momenteel zijn de drempelwaarden: 5, 10, 15, 20, 25, 30, 40, 50, 60, 75 en 95 procent. De kans is dus groot dat bij een stemovereenkomst één van de genoemde drempelwaarden wordt overschreden en er dus een melding gedaan dient te worden. Dit wordt door aandeelhouders doorgaans als belastend ervaren en aandeelhouders proberen een overschrijding van een drempelwaarde derhalve vaak te voorkomen.

Geen acting in concert

Met het geven van een (niet limitatieve) opsomming van omstandigheden waarin er sprake kan zijn van acting in concert, hoopt de AFM te bewerkstelligen dat aandeelhouders vaker met elkaar in overleg zullen treden. Het is voor hen immers meer inzichtelijk welke vormen van overleg mogelijk zijn, zonder dat gelijk tegen een meldingsplicht aan te lopen. Zelfs indien naar aanleiding van onderling overleg aandeelhouders er toe overgaan om ten aanzien van bepaalde onderwerpen op dezelfde wijze te stemmen, hoeft dit niet tot een meldingsplicht te leiden. Uiteraard mag er dan geen stemovereenkomst bestaan.

Koersgevoelige informatie

Tot slot blijft een belangrijk aandachtspunt dat er geen koersgevoelige informatie mag worden uitgewisseld in de contacten tussen aandeelhouders en de uitgevende instelling en de aandeelhouders onderling. De kans dat dit wel gebeurt is aanwezig. In het verleden is gebleken dat al vrij snel sprake kan zijn van koersgevoelige informatie, althans, van een vermoeden dat er sprake van koersgevoelige informatie is.

Het beschikken over koersgevoelige informatie houdt, voor degene die over de koersgevoelige informatie beschikt, een transactieverbod ex art. 5:56 Wft in. De desbetreffende aandeelhouder is het niet toegestaan transacties te verrichten. In beginsel geldt dit verbod tot het moment waarop de koersgevoelige informatie openbaar is gemaakt. Het risico dat tijdens contacten met een uitgevende instelling koersgevoelige informatie wordt verkregen, zou een reden kunnen zijn voor aandeelhouders om terughoudend te zijn in, met name, het voeren van gesprekken met de uitgevende instelling. Immers, zodra men over koersgevoelige informatie beschikt, kan men niet langer handelen.

Voor de uitgevende instelling zelf brengt het voeren van gesprekken met aandeelhouders eveneens het risico van het uitwisselen koersgevoelige informatie met zich. Indien er tijdens deze gesprekken informatie wordt verstrekt die mogelijk koersgevoelige kan zijn, dan rust op haar een openbaarmakingsplicht ex art. 5:25i Wft. Daarnaast dient rekening te worden gehouden met de regels omtrent het insiderbeleid van de uitgevende instelling.