Global menu

Our global pages

Close

Proefproces Dexia, Levob en Aegon: deel schade effectenlease vergoed

  • Netherlands
  • Banking and finance - Articles

08-06-2009

Op 5 juni 2009 heeft de Hoge Raad zijn lang verwachte arresten in het proefproces in de Dexia-zaak ("KoersExtra"), Levob-zaak ("Levob Hefboomeffect") en Aegon-zaak ("Sprintplan") gewezen. Voor de vele gedupeerde beleggers bevatten de arresten goed nieuws, zij krijgen de door hen geleden schade (deels) vergoed. De Hoge Raad heeft besloten dat in bepaalde gevallen ook de inleg van de beleggers als schade dient te worden beschouwd. Voor de aanbieders van de effectenlease producten betekent dit dat er forse bedragen aan schadevergoeding betaald moeten gaan worden. Niet alleen voor de aanbieders van de effectenlease producten brengen de arresten slecht nieuws. Mogelijk zullen ook diverse financieel dienstverleners die destijds hun cliënten de omstreden effectenlease producten hebben aangeboden, aangesproken gaan worden vanwege eventuele schending van de op hen rustende zorgplicht.

Omdat het in de drie genoemde zaken verschillende effectenlease producten betreft, heeft de Hoge Raad in zijn arresten slechts een aantal algemene oordelen geveld die voor alle effectenlease producten relevant kunnen zijn.

De Hoge Raad heeft samengevat geoordeeld dat op de aanbieders van de effectenlease producten een bijzondere zorgplicht rust, die er uit bestaat dat de aanbieder bij het aangaan van de effectenlease-overeenkomst uitdrukkelijk en duidelijk dient te waarschuwen voor de specifieke financiële risico's die met het effectenlease product samenhangen. Met name dient de afnemer geïnformeerd te worden over de mogelijkheid dat hij aan het einde van de looptijd van de overeenkomst - of bij een eventuele tussentijdse beëindiging - met een restschuld achterblijft. Verder maakt onderzoek naar de financiële draagkracht van de afnemer deel uit van de zorgplicht die op de aanbieders rust.

Zowel Dexia, Levob als Aegon zijn volgens de Hoge Raad tekortgeschoten in de uitvoering van deze op hen rustende bijzondere zorgplicht. De Hoge Raad is van mening dat de bijzondere zorgplicht die op partijen rustte, ten aanzien van alle afnemers in acht genomen had moeten worden. De zorgplicht is niet afhankelijk van de specifieke omstandigheden van de individuele particuliere afnemer (financiële positie, beleggingsdoelstellingen, ervaring, etc.).

Het gevolg van de arresten van de Hoge Raad is dat de aanbieders verplicht zijn de schade die door gedupeerde beleggers is geleden te vergoeden. Dexia heeft inmiddels reeds aangekondigd zo snel mogelijk tot een schikking te willen komen. In beginsel omvat de schade de restschuld en de eventueel betaalde rente en aflossingen. Dit betekent dat in tegenstelling tot wat door veel lagere rechters is geoordeeld ook eventuele betaalde aflossingstermijnen (lease termijnen) als schade worden gezien.

Let wel, hier geldt een nuancering: niet alle schade die door de gedupeerde beleggers is geleden, dient te worden vergoed. De Hoge Raad gaat er namelijk van uit dat bij de beleggers zelf sprake van 'eigen schuld' is, die er uit bestaat dat de afnemer wist of had moeten weten dat er met geleend geld werd belegd. Dit betekent doorgaans dat slechts een percentage van de totale schade voor rekening van de aanbieder zal komen. Het overige deel van de schade zal de belegger zelf moeten dragen. Voor wat betreft de restschuld heeft de Hoge Raad geoordeeld dat een deel voor rekening van de belegger kan blijven. Ten aanzien van de rente- en aflossingsverplichtingen overwoog de Hoge Raad dat indien de afnemer ten tijde van het aangaan van overeenkomst voldoende draagkracht had om aan zijn verplichtingen te voldoen, de rente en aflossingen voor rekening van de belegger dienen te komen. Was de draagkracht van de belegger ten tijde van het aangaan van de overeenkomst niet toereikend, en hebben de aanbieders verzuimd dit in voldoende mate vast te stellen, dan zal slechts een deel van zijn rente en aflossingsbetalingen voor zijn rekening komen. Uitgangspunt zou volgens de Hoge Raad moeten zijn dat als de maandelijkse rente- en aflossingsverplichtingen een onevenredige zware last vormden de aanbieder 60% van de schade (inleg, restschuld en aflossing) voor zijn rekening dient te nemen.

Naast de beslissingen met betrekking tot de schadevergoeding, bevatten de arresten nog een aantal belangrijke beslissingen van de Hoge Raad. Zo is overwogen dat er ten aanzien van de Dexia-zaak en de Aegon-zaak geen sprake is geweest van misleidende reclame. Ook beroepen op dwaling dienen te worden afgewezen, omdat het voor de belegger duidelijk moet zijn geweest dat er met geleend geld werd belegd. Verder werd bepaald dat de Wet op het consumentenkrediet niet van toepassing is op effectenlease.

Indien u de arresten zelf wil lezen, dan kunt u die hier downloaden: Dexia-zaak: LJN BH2815; Levob-zaak: LJN BH2811 en de Aegon-zaak: LJN BH2822.

Bent u actief als tussenpersoon, vermogensbeheerder of anderszins als financieel dienstverlener, en wilt u weten wat de effecten van de arresten van de Hoge Raad voor uw bedrijfsvoering betekenen? Of wit u als (particulier) belegger weten welke zorgplichten ten aanzien van u in acht genomen dienen te worden? Heeft u vragen over misleidende reclame? De advocaten van Eversheds Faasen beschikken over specialistische kennis op het gebied van Bank- en Effectenrecht en adviseren u graag verder. Voor nadere informatie kunt u vrijblijvend contact opnemen met Matthijs Bolkenstein.