Global menu

Our global pages

Close

Richtlijn herstel en afwikkeling van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen

  • Netherlands
  • Banking and finance

05-06-2014

Op 6 mei jl. heeft de Raad van de Europese Unie de tekst van het voorstel voor de richtlijn betreffende de totstandbrenging van een kader voor het herstel en de afwikkeling van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen (COM(2012) 280, 2012/0150 (COD)) (de “Richtlijn”) aangenomen.

De Richtlijn beoogt op Europees niveau instrumenten te introduceren om financiële problemen bij banken op te lossen en om, indien nodig, de afwikkeling van banken ordelijk te laten verlopen. Uitgangspunt van de Richtlijn is dat niet langer de belastingbetaler, maar eerst de aandeelhouders en crediteuren voortaan opdraaien voor de kosten van problemen bij banken.

De maatregelen vervat in de Richtlijn bestaan uit drie pijlers, te weten:

  • ter voorkoming en voorbereiding op financiële problemen;
  • vroegtijdige interventie mogelijk maken; en
  • afwikkeling en de financiering daarvan.

Afwikkelautoriteit

De Richtlijn verplicht de lidstaten een afwikkelautoriteit op te richten of aan te wijzen die de bevoegdheden krijgt zoals die zijn neergelegd in de Richtlijn. Dit kunnen nationale centrale banken zijn, financiële toezichthouders, depositogarantiestelsels, ministeries van financiën of andere autoriteiten. Naar verwachting zal in Nederland De Nederlandsche Bank als afwikkelautoriteit worden aangewezen.

Voorkoming en voorbereiding: herstelplannen en groepssteun

Herstelplan

Op grond van de Richtlijn moeten instellingen herstelplannen met regelingen en maatregelen opstellen zodat zij in een vroeg stadium maatregelen kunnen nemen om hun levensvatbaarheid te herstellen in het geval hun financiële situatie aanmerkelijk verslechtert. Groepen moeten zowel op groeps- als op individueel niveau een herstelplan opstellen, waarna deze plannen door de toezichthouder moeten worden beoordeeld en goedgekeurd.

Indien de afwikkelautoriteit constateert dat de afwikkelbaarheid van een instelling of groep op aanzienlijke belemmeringen stuit, kan zij van de instelling verlangen dat deze maatregelen neemt om de afwikkelbaarheid te bevorderen.

Groepssteun

De Richtlijn beoogt bestaande juridische belemmeringen weg te nemen voor het verlenen van financiële steun binnen een groep. Instellingen die binnen een groep functioneren, worden in staat gesteld overeenkomsten aan te gaan voor het verlenen van financiële steun met andere groepsentiteiten die in financiële problemen verkeren (onder andere in de vorm van een lening, borgstelling, de verschaffing van activa voor gebruik als zekerheid bij transacties). Als waarborg zal de toezichthouder van de overdragende instelling de bevoegdheid hebben om de verlening van financiële steun op grond van de overeenkomst te verbieden of te beperken wanneer die steun een bedreiging vormt voor de liquiditeit of de solvabiliteit van de overdragende instelling.

Vroegtijdige interventie: bevoegdheden toezichthouders

De Richtlijn vergroot de bevoegdheden van toezichthouders om in een vroeg stadium op te treden wanneer de financiële positie of solvabiliteit van een instelling verslechtert. Zo kan een toezichthouder van een instelling verlangen dat zij de in het herstelplan vastgelegde regelingen en maatregelen uitvoert, een actieprogramma en een tijdschema voor de tenuitvoerlegging daarvan op te stellen, voorschrijven dat het bestuur van de instelling een aandeelhoudersvergadering uitschrijft, zelf een aandeelhoudersvergadering uitschrijven of verlangen dat de instelling samen met haar crediteuren een herstructureringsplan opstelt.

Daarnaast krijgen toezichthouders de bevoegdheid gedurende een beperkte periode een bijzondere bestuurder aan te stellen wanneer de solvabiliteit van een instelling voldoende wordt bedreigd. De bijzondere bestuurder heeft als belangrijkste taak de financiële positie van de instelling te herstellen en te zorgen voor een gezonde en prudente bedrijfsvoering. Een dergelijke bestuurder vervangt het gehele bestuur van de instelling en heeft alle bevoegdheden, zonder dat de rechten van de aandeelhouders worden aangetast.

Afwikkeling en financiering, bail in

Afwikkeling

Een afwikkelautoriteit mag pas afwikkelingsmaatregelen nemen op het moment dat een instelling failliet gaat of waarschijnlijk failliet gaat en er geen andere oplossing voorhanden is die de financiële positie van de instelling binnen een passend tijdsbestek zou kunnen herstellen. Bovendien met de interventie aan de hand van afwikkelingsmaatregelen gerechtvaardigd zijn in het kader van het algemeen belang.

Verliezen moeten over aandeelhouders en crediteuren van de instelling worden verdeeld volgens de door elke nationale insolventieregeling vastgestelde rangorde van vorderingen. De Richtlijn bevat echter een aantal beginselen die in acht moeten worden genomen ongeacht de nationale rangorde regels. Deze zijn: (i) de verliezen moeten eerst zo veel mogelijk op de aandeelhouders worden verhaald en vervolgens op de crediteuren, en (ii) crediteuren van dezelfde categorie kunnen eventueel verschillend worden behandeld indien dat om redenen van algemeen belang gerechtvaardigd is, met name om de financiële stabiliteit te waarborgen. Wanneer een crediteur minder ontvangt dan onder een normale insolventieprocedure, moet de afwikkelautoriteit ervoor zorgen dat het verschil aan de crediteur wordt vergoed uit het afwikkelfonds.

De bovengenoemde beginselen zijn van toepassing op alle afwikkelingsmaatregelen, die elk afzonderlijk of in combinatie kunnen worden toegepast. De Richtlijn noemt de volgende afwikkelingsmaatregelen:

(i) verkoop van de gehele onderneming of een deel daarvan tegen commerciële voorwaarden, waarbij geen toestemming van de aandeelhouders is vereist;

(ii) overdracht van alle of een gedeelte van de bedrijfsactiviteiten aan een overheidsorgaan als bruginstelling. De bruginstelling moet een vergunning hebben op grond van de Richtlijn Kapitaalvereisten en moet, voor zover mogelijk binnen de regels van staatssteun, functioneren als een commerciële onderneming;

(iii) afsplitsing van probleemactiva aan een apart vehikel tegen commerciële voorwaarden, zodat deze kunnen worden beheerd en geherstructureerd. In tegenstelling tot de andere maatregelen mag afsplitsing van activa alleen in combinatie met een of meer andere maatregelen plaatsvinden; en

(iv) inbreng van de particuliere sector (bail in), door afschrijving van vorderingen van achtergestelde en concurrente crediteuren, eventueel tegen omzetting in aandelen. Bepaalde vorderingen zijn van deze maatregelen uitgesloten, zoals werknemersvorderingen, gedekte deposito’s en door zekerheid gedekte vorderingen. In beginsel dienen eerst alle vorderingen van aandeelhouders te zijn uitgeput voordat die van achtergestelde crediteuren aan de orde komen en pas weer daarna komen niet-achtergestelde vorderingen in aanmerking voor afschrijving. Dit kan anders zijn wanneer een instelling nog enig restkapitaal heeft, in welk geval de afwikkelingsautoriteit achtergestelde en niet-achtergestelde vorderingen kan omzetten in kapitaal.

Financiering

Lidstaten mogen voor de financiering van de afwikkelingen gebruik maken van een gecombineerd fonds dat wordt gebruikt voor zowel de vergoeding van deposito’s in geval een deconfiture van een bank als een afwikkeling, ofwel twee aparte fondsen inrichten: een depositogarantiefonds en een afwikkelfonds. Uitgangspunt is dat het (afwikkel)fonds door de instellingen zelf van inleg wordt voorzien.

Implementatie

De lidstaten hebben nog tot 31 december 2014 om de Richtlijn te implementeren, maar de minister van financiën heeft laten weten dat deze tijdslijn wat Nederland betreft niet realistisch is. De bail-in regels treden op 1 januari 2016 in werking.