Global menu

Our global pages

Close

Vonnis van de voorzieningsrechter Rechtbank Den Haag in de zaak Activite - Gemeente Leiden

  • Netherlands
  • Corporate
  • Health and life sciences

02-09-2008

Op 9 juli jongstleden is het vonnis van de Voorzieningenrechter Rechtbank te Den Haag in de zaak Activite - gemeente Leiden, gepubliceerd.

Inzet van deze kort gedingprocedure was, kort gezegd, dat de gemeente Activite hogere vergoedingen voor de geleverde zorguren zou betalen, vanwege het aantal (niet door Activite voorziene) herindicaties naar lagere zorgcategorieën en op grond van de gewijzigde CAO Thuiszorg. Activite stelt zich op het standpunt dat, gelet op het aantal herindicaties, er sprake is van onvoorziene omstandigheden en dat de gesloten raamovereenkomst aangepast dient te worden.

De Voorzieningenrechter is echter van oordeel dat de gemeente voldoende aannemelijk gemaakt heeft dat de verschuiving van HH2 naar HH1 niet is gelegen in herindicaties, maar vanwege het feit dat voor 2007 binnen de AWBZ de aanbieders binnen een bepaalde bandbreedte zwaardere/duurdere hulp konden inzetten dan volgens de indicatie nodig was. De landelijke indicaties in 2006 voor HH1 en HH2 hadden de verhouding 85% (HH1) en 15% (HH2) terwijl de daadwerkelijk inzet 30 % HH1 en 70% HH2 bedroeg. Van een verschuiving in indicaties is daarom geen sprake, de Rechtbank komt tot het (voorlopige) oordeel dat geen sprake is van onvoorziene omstandigheden.

Vervolgens beoordeelt de Voorzieningenrechter de vraag of de gemeente in de aanbestedingsstukken de verwachting heeft gewekt dat inschrijvers op grond van hun eigen afwegingsregels hoger gekwalificeerde hulp zouden kunnen inzetten dan waarvoor strikt genomen was geïndiceerd. De Voorzieningenrechter stelt dat de beantwoording van een vraag in de Nota van Inlichtingen ten aanzien van de verdeling van HV1 en HV2, ruimte laat voor de veronderstelling dat een willekeurige inschrijver mocht menen dat, zoals gebruikelijk onder de AWBZ, inschrijvers konden doorgaan met het inzetten van hoger gekwalificeerd personeel dan geïndiceerd. De Voorzieningenrechter oordeelt echter dat de gemeente aannemelijk heeft gemaakt, en dat Activite niet heeft weersproken, dat Activite gezien haar grote marktaandeel in Leiden geen willekeurige inschrijver is. Activite wist daarom of had kunnen weten dat de gemeente op grond van de Wmo gelden zou verstrekken conform indicatiestelling.

Uit het vonnis wordt niet duidelijk waarom het enkele feit dat Activite een groot marktaandeel heeft, er toe moet leiden dat Activite geen willekeurige inschrijver is en de Nota van Inlichtingen daarom anders had moeten begrijpen dan eventuele andere inschrijvers. Het lijkt erop dat de Voorzieningenrechter tot dit oordeel is gekomen, omdat Activite de stelling van de gemeente op dit punt niet heeft weersproken.

De vorderingen van Activite worden afgewezen.

For more information contact

< Go back

Print Friendly and PDF
Subscribe to e-briefings