Global menu

Our global pages

Close

Warmtewet

  • Netherlands
  • Energy and infrastructure

23-02-2009

De Warmtewet is door de Eerste Kamer. Ter bescherming van de warmteverbruikers dient deze wet te bewerkstelligen dat een warmteleverancier op grond van wettelijke verplichtingen zorgt voor een betrouwbare en betaalbare warmtevoorziening tegen redelijke voorwaarden en een daarbij behorende goede kwaliteit van dienstverlening. Naast gebruik van restwarmte afkomstig van elektriciteitscentrales en industrie strekt de wet zich uit tot andere vormen van warmtevoorziening zoals onder meer kleinschalige warmtepomp- en WKO-projecten.

Achtergrond

De Warmtewet heeft lang op zich laten wachten. Het wetsvoorstel stamt uit september 2003 en is meerdere keren gewijzigd. Na lange en uitvoerige behandeling is op 3 juli 2008 het wetsvoorstel door de Tweede Kamer en op 10 februari 2009 door de Eerste Kamer aangenomen.

De inwerkingtreding van de Warmtewet vindt plaats met ingang van de eerste dag van de vierde kalendermaand na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst. De publicatie in het Staatsblad heeft nog niet plaatsgevonden, maar zal waarschijnlijk niet lang meer op zich laten wachten.

Met de Warmtewet wordt gezorgd voor een wettelijk kader voor de waarborging van de levering van warmte aan kleinverbruikers en MKB ("Verbruikers") tegen een redelijke prijs. Ter bescherming van Verbruikers is gekozen voor een vergunningenstelsel.

Naast gebruik van restwarmte afkomstig van elektriciteitscentrales en industrie strekt de wet zich uit tot andere vormen van warmtevoorziening zoals onder meer kleinschalige warmtepomp- en WKO-projecten.

Warmtewet

Levering van warmte

Uitgangspunt is dat iedereen tegen betaalbare prijzen over warmte moet kunnen beschikken. De hoofdregel is dat levering van warmte aan Verbruikers verboden is, behoudens een daartoe strekkende leveringsvergunning.

De Minister van Economische Zaken ("Minister") verleent op aanvraag een vergunning indien de aanvrager genoegzaam aantoont dat hij beschikt over de benodigde organisatorische, financiële en technische kwaliteiten voor een goede uitvoering van zijn taak en redelijkerwijs in staat kan worden geacht de verplichtingen die hem worden gesteld na te komen. Aan een vergunning kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden.

Een vergunninghouder heeft de plicht op een betrouwbare wijze en tegen redelijke prijzen en voorwaarden en met inachtneming van een goede kwaliteit van dienstverlening zorg te dragen voor de levering van warmte aan Verbruikers aangesloten op zijn warmtenet.

Een vergunning is niet vereist voor kleinschalige levering van warmte. Hiervan is sprake voor zover de levering geschiedt door een persoon die:

  • warmte levert aan ten hoogste 10 personen tegelijk;
  • per jaar niet meer warmte levert dan 10.000 gigajoules; of
  • eigenaar is van de gebouwen, ten behoeve waarvan de warmte wordt geleverd.

Ook bij kleinschalige levering van warmte is echter sprake van Verbruikers die voor hun warmtebehoefte afhankelijk zijn van hun warmteleverancier. Ter bescherming van deze Verbruikers is in de wet opgenomen dat ook de leveranciers in kleine projecten moeten zorgen voor een betrouwbare levering van warmte tegen redelijke prijzen en voorwaarden en een goede kwaliteit van dienstverlening. In de Warmtewet wordt deze zorgvuldigheidsnorm nader uitgewerkt. Daarnaast wordt in de Memorie van Toelichting opgemerkt dat de verplichtingen materieel overeenkomen met de op een vergunninghouder rustende verplichtingen.

Een zorgvuldigheidsnorm die bijvoorbeeld zowel voor vergunninghouders als niet-vergunningplichtigen geldt, is de bepaling dat een overeenkomst tot levering van warmte op schrift wordt gesteld en bepaalde gegevens dient te bevatten. Ook dient een leverancier al hetgeen redelijkerwijs in zijn vermogen ligt in het werk te stellen om afsluiting of onderbreking van de levering van warmte te voorkomen. Indien een onderbreking van de levering heeft plaatsgevonden dient de onderbreking zo snel mogelijk te worden verholpen.

Levering van koude

De Warmtewet beperkt zich niet alleen tot warmtelevering. In de praktijk wordt steeds meer gebruik gemaakt van bodemenergie-systemen, zoals warmtepomp- en WKO-systemen, waarbij niet alleen warmte maar ook koude wordt geleverd. De wet biedt tevens een wettelijke grondslag om maatregelen te nemen tegen een leverancier die koude levert tegen onredelijke prijzen en voorwaarden. Anders dan voor warmte is voor koude volstaan met een summiere regeling: de vergunning-houder dient een afzonderlijke boekhouding met betrekking tot de levering van koude bij te houden. Ofschoon ook koudeleveranciers tot op zekere hoogte een monopoliepositie innemen, wordt uitgebreide regulering niet noodzakelijk geacht omdat geen sprake is van een primaire levensbehoefte.

Tarief

De Warmtewet introduceert naast een vergunningstelsel een maximumprijs ter bescherming van Verbruikers tegenover de warmteleverancier. De hoogte van het tarief is gebaseerd op de prijs die een Verbruiker betaalt voor het verkrijgen van dezelfde hoeveelheid warmte door het gebruik van gas als energiebron (het zogenaamde "niet meer dan anders beginsel").

De Energiekamer zal een maximumprijs voor warmte vaststellen. Prijzen voor levering van warmte die hoger zijn dan de maximumprijs worden van rechtswege gesteld op de maximumprijs.

Een vergunninghouder verstrekt de Verbruikers aangesloten op zijn warmtenet tenminste eenmaal per jaar een volledige en voldoende gespecificeerde nota met betrekking tot de prijs voor levering van warmte. Daarnaast dienen Verbruikers op toereikende wijze van verandering in prijzen in kennis te worden gesteld en dient een ruime keuze uit betalingswijzen te worden aangeboden.

Toezicht en handhaving

De Energiekamer is belast met de uitvoering van de Warmtewet en het toezicht op de naleving van de wet. Indien blijkt dat de vergunninghouder in onvoldoende mate kan of zal kunnen voorzien in de levering van warmte kan de Energiekamer de vergunninghouder opdragen voorzieningen te treffen om zeker te stellen dat de levering van warmte in voldoende mate plaatsvindt.

De Minister kan een vergunning intrekken, indien een vergunninghouder niet aan zijn verplichtingen voldoet. Intrekken van een vergunning is in beginsel alleen mogelijk met toestemming van de Minister, zodat de leveringszekerheid kan worden gewaar-borgd. Tevens kan de Minister een of meer vergunninghouders opdragen warmte te leveren aan door hem nader aangeduide verbruikers en kan de Minister een producent opdragen warmte te produceren en deze warmte te leveren aan een door hem aangewezen vergunninghouder.

Geschillenbeslechting

Een verbruiker of ontwikkelaar die een geschil heeft met een leverancier over de wijze waarop de leverancier zijn taken en bevoegdheden uitoefent, kan een klacht indienen bij de Energiekamer.

Meer weten?

Wij zijn graag bereid u nader te informeren over de Warmtewet en gerelateerde regelgeving.

Heeft u vragen of opmerkingen naar aanleiding van deze nieuwsbrief, wilt u van advies over de toepasselijkheid van de Warmtewet worden voorzien of wilt u gewoon eens vrijblijvend kennis met ons maken? Neem dan contact met ons op; wij staan u graag te woord. U kunt ons via de onderstaande contactgegevens bereiken. 

For more information contact

< Go back

Print Friendly and PDF
Subscribe to e-briefings