Global menu

Our global pages

Close

Warmtewet: de huidige stand van zaken deel 2

  • Netherlands
  • Energy and infrastructure

14-07-2011

In onze nieuwsbrief over de Warmtewet van juni 2011 werd de stand van zaken Warmtewet besproken. In deze derde nieuwsbrief gaan wij kort in op de meest recente ontwikkelingen betreffende de Warmtewet.

Begin deze maand zond Minister Verhagen van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie ("Minister") het voorstel voor aanpassing van de Warmtewet inclusief het verwerkte advies en de opmerkingen van de Raad van State aan de Tweede Kamer. Daarmee samenhangend heeft de Minister ook de aangepaste concepten van het Warmtebesluit en de Warmteregeling aan de Tweede Kamer verzonden. Tot slot is het voornoemde begeleid door een aantal rapporten in samenhang met het ingediende wetsvoorstel, het besluit en de regeling. Zie de website van de Rijksoverheid voor meer informatie.

Achtergrond

Na de geuite zorgen tijdens het Algemeen Overleg van 30 juni 2010, heeft de Minister dientengevolge dit voorstel voor aanpassing van de Warmtewet gedaan, teneinde de complexiteit van de wet te verminderen en de uitvoerbaarheid te vergroten. Daarnaast zijn in het Warmtebesluit en de Warmteregeling nadere regels uitgewerkt ten aanzien van de elementen en wijze van de berekening van de maximumprijs.

Volgens de Memorie van Toelichting blijft het doel van de Warmtewet consumentenbescherming. Hieraan wordt vormgegeven door middel van bepalingen gericht op tariefbescherming en leveringszekerheid voor de verbruiker alsmede de introductie van een onafhankelijke toezichthouder. De Minister geeft daarnaast aan dat met de wijzigingen geen nieuwe uitgangspunten of doelen aan de Warmtewet worden toegevoegd.

Inhoudelijke wijzigingen Warmtewet

Tariefstelsel

Het tariefstelsel is zodanig aangepast dat er geen sprake meer is van twee mogelijke prijzen voor verbruikers. De maximumprijs gebaseerd op het Niet Meer Dan Anders-principe ("NMDA-principe") wordt het uitgangspunt.

Voorts is, ter voorkoming van overwinsten bij warmteleveranciers, een structureel toezichtsysteem op de rendementen van warmteleveranciers geïntroduceerd. De Warmtewet biedt de mogelijkheid om dit toezicht, mocht daar aanleiding toe bestaan, uit te kunnen breiden met een rendementstoets waarmee per leverancier de toekomstige tarieven naar beneden bijgesteld kunnen worden. De raad van bestuur van de mededingingsautoriteit ("NMa") is belast met deze periodieke rendementsmonitor. Daarnaast kan de Minister beleidsregels maken met betrekking tot de aan de NMa toekomende bevoegdheden.

In het wetsvoorstel is een bepaling opgenomen waarin wordt voorgesteld dat een leverancier een warmtewisselaar tegen redelijke tarieven en voorwaarden aan verbruikers ter beschikking moet stellen. De NMa kan de redelijkheid hiervan toetsen. De Minister geeft daarnaast in zijn begeleidende brief aan de Tweede Kamer aan dat hij de aanbeveling van de NMa over zal nemen om de eerste evaluatie van de Warmtewet te benutten om nader te kijken naar de verhouding tussen de in de regelgeving opgenomen forfaitaire bedragen voor de warmtewisselaar en de huurprijzen voor de warmtewisselaar die warmteleveranciers na invoering van de Warmtewet in rekening brengen.

Reikwijdte

Er is gekozen om de verbruikersgrens in het kader van de Warmtewet aan te laten sluiten bij de gangbare grens in de gasmarkt. Daarbij is gekozen om aansluiting te zoeken bij grens voor een huishouden, omdat dit zou zorgen voor de bescherming van consumenten en tegelijk zou voorkomen dat het systeem onnodig ingewikkeld wordt. Daarnaast levert volgens de Memorie van Toelichting deze keuze een goede match op met het NMDA-principe. Dientengevolge is de oorspronkelijk opgenomen verbruikersgrens van 1000 kW in de aangepaste Warmtewet op 100 kW bepaald.

Noodprocedures

De Minister heeft de bevoegdheid om middels een noodprocedure de levering van warmte te borgen in het geval dat een warmteleverancier of producent niet aan zijn wettelijke verplichtingen kan voldoen.

In het nieuwe wetsvoorstel wordt effectief geregeld dat de Minister daartoe achtereenvolgens een aantal stappen kan ondernemen. Ten eerste kan de Minister een persoon aanwijzen wiens opdrachten de leverancier moet opvolgen indien deze leverancier de continuïteit van de warmtelevering zelf niet kan garanderen. Daarnaast kan de Minister in het geval een leverancier niet langer in staat is in die hoedanigheid op te treden een andere leverancier aanwijzen als noodleverancier. Evenzo kan de Minister een producent verplichten om warmte te leveren aan de noodleverancier en de noodproducent hiervoor een redelijke vergoeding toekennen. Aan de voornoemde aanwijzingen kan de Minister voorwaarden verbinden en termijnen stellen zodat voor alle betrokken partijen een prikkel bestaat om de noodsituatie zo snel mogelijk te beëindigen.

Tot slot kan de Minister de benodigde acties afdwingen om, indien nodig, een warmtenet te vervangen door een gasnet. Volgens de Memorie van Toelichting zullen dientengevolge verbruikers niet of slechts in beperkte mate de kosten dragen van de aansluiting op een gasnet omdat zij in principe moeten kunnen vertrouwen op de levering van energie middels het warmtenet.

Naast de voornoemde bevoegdheid van de Minister, houdt de NMa haar algemene bevoegdheid tot het geven van bindende aanwijzingen in verband met de naleving van de Warmtewet.

Warmtemeters

De oorspronkelijke bepaling betreffende warmtemeters is geschrapt. In plaats daarvan is er voor gekozen om de eisen aan meters die voorheen waren opgenomen in de Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie in de Warmtewet op te nemen. Voorts is er voor gekozen om, in afwijking van de deels overeenkomstige regeling in de Gas- en Elektriciteitswet 1998, de leverancier geen exclusieve bevoegdheid te geven om warmtewisselaars en meters te plaatsen.

Daarnaast zijn bepalingen opgenomen met het oog op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer om de mogelijkheid om een op afstand uitleesbare meter te weigeren en op de mogelijkheid voor een verbruiker om te verzoeken dat meetgegevens niet op afstand mogen worden afgelezen.

Volledigheidshalve wordt in de Memorie van Toelichting opgemerkt dat voor koudemeters de Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie is aangevuld.

Wetstechnische wijzigingen

Naast een rangschikking van artikelen en enkele toevoegingen en aanpassingen zijn tevens de volgende wetstechnische wijzigingen doorgevoerd:

  1. Verhuurder:
    Voor het begrip verhuurder is een definitie opgenomen in aansluiting bij een reeds bestaande definitie uit de Wet op het overleg huurders verhuurder. Verhuurders in de zin van de Warmtewet zijn niet vergunningplichtige leveranciers.
  2. Stroomlijning voorhangbepalingen:
    Verschillende artikelen met delegatie naar algemene maatregel van bestuur worden nader uitgewerkt in het Warmtebesluit.
  3. Inwerkingtredingsbepaling:
    De terugwerkende kracht is komen te vervallen.
  4. Aanpassing aan de Algemene Wet Bestuursrecht en aan het BW:
    De invordering van de geldschulden is dientengevolge in overeenstemming gebracht.
  5. Aanpassing aan Nota keuze sanctiestelsel:
    In lijn met de Gaswet en de Elektriciteitswet 1998 is de eerst opgenomen handhaving via de Wet op de Economische Delicten vervangen door de handhaving via bestuurlijke boete en daarmee in lijn gebracht met de Nota keuze sanctiestelsel.
  6. Representatieve organisaties en consultatie:
    Daar volgens de Memorie van Toelichting representatieve organisaties altijd worden aangemerkt als belanghebbende in beroepszaken, is de bepaling over de aanwijzing van representatieve organisaties bij ministeriële regeling derhalve geschrapt voor zowel de Warmte-, Gas-, als Elektriciteitswet.
  7. Aansluitbijdrage:
    In een geval waarin de verbruiker geen keuze heeft voor een andere vorm van warmtevoorziening en er sprake is van gebondenheid van de verbruiker en een monopoliesituatie van de warmteleverancier is, om alsdan verbruikers in deze situatie te beschermen, bepaald dat op de aansluitbijdrage in dit geval het NMDA-principe van toepassing is.

Toezicht en handhaving

Daar voor de maximumprijs het NMDA-principe wordt gehanteerd, zijn voor de vaststelling van deze prijs gegevens uit de gasmarkt nodig. Daarom is ten behoeve van informatieverstrekking aan de NMa de bevoegdheid gegeven informatie van warmteproducenten op te vragen.

Ten behoeve van het toezicht op bedrijven die eventueel van rechtswege een vergunninghouder zouden zijn, is er een overgangstermijn ingevoerd waarin leveranciers kunnen aantonen aan de vergunningeisen te voldoen en de vergunning dientengevolge kunnen aanvragen. Daarnaast is voor een leverancier een meldingsplicht neergelegd zo spoedig mogelijk na de inwerkingtreding van de Warmtewet.

Tot slot is voor een leverancier betreffende de levering van warmte een verplichting tot het voeren van een storingsregistratie aan het wetsvoorstel toegevoegd.

Geschillenbeslechting

De oorspronkelijk opgenomen geschilbeslechting bij de NMa komt te vervallen. Conform de Regeling afnemers en monitoring Elektriciteitswet 1998 en Gaswet, is nu opgenomen dat geschillen die voortvloeien uit de overeenkomst tussen verbruiker en warmteleverancier kunnen worden voorgelegd aan een onafhankelijke geschillencommissie. Voor geschillen waar de onafhankelijke geschillencommissie onbevoegd is, staat de gang naar de burgerlijke rechter open.

Evaluatie

In vergelijking met de evaluatiebepalingen uit de Gas- en Elektriciteitswet 1998 is er voor gekozen om de evaluatie drie jaar na inwerkingtreding van de Warmtewet te laten plaatsvinden en vervolgens telkens na iedere vier jaar.

In de Memorie van Toelichting wordt opgemerkt dat op basis van ervaringen met nieuwe bepalingen op dit gebied in de Elektriciteitswet 1998 en de Gaswet en eerste ervaringen met het toezicht op de warmtemarkt, bij de evaluatie van de Warmtewet aandacht kan worden geschonken aan de wijze waarop het toezicht op kwaliteit en veiligheid nader vormgegeven kan worden.

Warmtebesluit

Deze concept algemene maatregel van bestuur bevat nadere regels met betrekking tot de elementen en wijze van berekening van een maximumprijs voor de levering van warmte, welke is gebaseerd op het NMDA-principe. Daarnaast omvat dit besluit tevens bepalingen omtrent de aansluitbijdrage voor een gebonden gebruiker, waarvoor het NMDA-principe eveneens geldt.

Voorts stelt het besluit nadere regels omtrent de boekhouding van vergunninghouders. Ten slotte worden in het besluit nadere regels gesteld met betrekking tot de gehanteerde criteria, inhoud van en procedure voor aanvraag van een vergunning en met betrekking tot de criteria voor en de procedure bij het intrekken van een vergunning.

Warmteregeling

In deze concept ministeriële regeling wordt uitvoering gegeven aan artikelen 3 en 4 van het Warmtebesluit welke respectievelijk de totstandkoming van de vaste kosten en de bepaling van de variabele kosten omschrijven.

De daadwerkelijke uitwerking van de hierboven genoemde wijzigingen en concepten moet nog plaatsvinden. Op dit moment zijn aldus het wetsvoorstel, het besluit en de regeling verzonden aan de Tweede Kamer. De verwachting is dat de Tweede kamer zich pas na de zomer hierover zal uitspreken.

Meer weten?

Wij zijn graag bereid u nader te informeren over de Warmtewet en gerelateerde regelgeving.

Heeft u vragen of opmerkingen naar aanleiding van deze nieuwsbrief, wilt u van advies over de toepasselijkheid van de Warmtewet worden voorzien of wilt u gewoon eens vrijblijvend kennis met ons maken? Neem dan contact met ons op; wij staan u graag te woord. U kunt ons via de bijgaande contactgegevens bereiken.

For more information contact

< Go back

Print Friendly and PDF
Subscribe to e-briefings