Global menu

Our global pages

Close

Wat u weten moet over afwikkelondernemingen

  • Netherlands
  • Corporate

03-04-2014

Inleiding
Op 1 januari 2014 is met de inwerkingtreding van de Wijzigingswet Financiële Markten 2014 een vergunningplicht ingesteld voor bepaalde afwikkelondernemingen die actief zijn in Nederland. Tot 1 april 2014 hadden alle afwikkelondernemingen van rechtswege een vergunning en waren zij in de gelegenheid om aan te tonen te voldoen aan de vergunningvereisten. Wanneer een afwikkelonderneming hieraan niet heeft voldaan kan De Nederlandse Bank (DNB) de van rechtswege verleende vergunning intrekken.

Wat zijn afwikkelondernemingen?
Afwikkelondernemingen verzorgen het proces aan de achterkant van het girale betalingsverkeer. Zij dragen zorg voor het doorzenden, goedkeuren en salderen (de “afwikkeldiensten”) van girale betalingsopdrachten.

Waarom is toezicht op grote afwikkelondernemingen gewenst?
Tegenwoordig vindt het overgrote deel van het betalingsverkeer in de Nederlandse detailhandel giraal plaats. Toezicht is gewenst omdat zich storingen kunnen voordoen in het girale betalingsverkeer die (grote) risico’s met zich meebrengen.

Daarnaast is adequaat toezicht met een bijbehorend systeem van vergunningverlening aangewezen vanuit het oogpunt van internationale concurrentie. Een afwikkelonderneming met vergunning in Nederland zal naar verwachting gemakkelijker haar diensten kunnen aanbieden in andere landen.

Wanneer is een vergunning vereist?
Iedere onderneming die afwikkeldiensten verricht buiten haar groep (zogenoemde ‘externe transacties’), dient dit te melden bij DNB. De vergunningplicht geldt voor afwikkelondernemingen die meer dan 120 miljoen externe transacties per jaar verrichten. De verwachting is dat er in Nederland tussen de vier en de tien afwikkelondernemingen boven de 120 miljoen grens uitkomen.

Wie is er verantwoordelijk voor het toezicht?
In Nederland zijn DNB en de Autoriteit Financiële Markten (AFM) de aangewezen toezichthouders. Beiden houden toezicht op afwikkelondernemingen, waarbij DNB het eerste aanspreekpunt en tevens de vergunningverlenende instantie is. De AFM is verantwoordelijk voor het gedragstoezicht.

Hoe wordt het toezicht vormgegeven?
Het toezicht is te verdelen in twee groepen. Het lichte regime – onder de grens van 120 miljoen transacties – en de vergunningplichtigen. Onder het lichte regime hoeft slechts melding te worden gemaakt van het voornemen afwikkeldiensten te gaan verrichten onder opgave van bij algemene maatregel van bestuur nader te bepalen gegevens. Ten aanzien van vergunningplichtigen heeft DNB het volledige handhavingsinstrumentarium tot haar beschikking.

Daarnaast is belangrijk om te melden dat DNB bevoegd is om afwikkelondernemingen die onder het lichte regime vallen te verbieden hun bedrijf uit te oefenen indien zij niet voldoen aan de regels.