Global menu

Our global pages

Close

Wetsvoorstel toezicht kredietunies naar Tweede Kamer

  • Netherlands
  • Banking and finance

23-06-2014

Op 28 mei jl. is het wetsvoorstel tot wijziging van de Wet op het financieel toezicht en enkele andere wetten met het oog op een regelgevend kade voor kredietunies (het “Wetsvoorstel”) bij de Tweede Kamer ingediend.

Het Wetsvoorstel introduceert een apart vergunningstelsel ten aanzien van kredietunies. Het Wetsvoorstel definieert een kredietunie als “een coöperatie waarvan de leden op grond van hun beroep of bedrijf zijn toegelaten tot het lidmaatschap van de coöperatie, die haar bedrijf maakt van (i) het bij haar leden aantrekken van opvorderbare gelden; en (ii) het voor eigen rekening verrichten van kredietuitzettingen aan haar leden ten behoeve van de beroeps- of bedrijfsuitoefening van die leden.”

Tijdens de kredietcrisis heeft het fenomeen kredietunie in Nederland aan terrein gewonnen. Kredietunies bieden een alternatieve vorm van financiering door en voor MKB ondernemingen. Tot op heden moesten kredietunies een vergunning hebben als bank om hun activiteiten te kunnen verrichten. De vereisten die de Wet financieel toezicht (“Wft”) aan banken stelt staan echter niet in verhouding tot de beperkte omvang en complexiteit van de activiteiten van de kredietunies.

Kleine kredietunies (gedacht wordt aan een maximumbedrag van EUR 10 miljoen aan beheerde activa maar de Minister zal dit bedrag nog moeten vaststellen) zullen worden vrijgesteld van de vergunningplicht. Voor overige kredietunies (met een bedrag van waarschijnlijk maximaal EUR 100 miljoen aan beheerde activa) geldt de vergunningplicht en doorlopend toezicht. Boven het bedrag van 100 miljoen of overschrijding van het maximum aantal leden van 25.000 geldt een vergunningplicht als bank.

Een vergunning als kredietunie (dat wil zeggen kredietunies met een beheerd vermogen tussen de EUR 10 en EUR 100 miljoen en met een maximum aantal leden van 25.000) zal door De Nederlandse Bank (“DNB”) worden verstrekt indien de coöperatie in kwestie kan aantonen dat wordt voldaan aan de eisen van (i) geschiktheid en betrouwbaarheid van de beleidsbepalers, (ii) integere bedrijfsuitoefening, (iii) het minimum aantal personen dat het dagelijks beleid bepaalt en de plaats van waaruit zij hun werkzaamheden verrichten, (iv) de zeggenschapsstructuur, (v) inrichting van de bedrijfsvoering, (vi) eigen vermogen en (vii) solvabiliteit en liquiditeit.

Het toezicht op kredietunies zal worden uitgeoefend door DNB. De AFM houdt gedragstoezicht op kredietunies waar deze opvorderbare gelden aantrekken, ter beschikking verkrijgen of ter beschikking hebben als gevolg van het aanbieden van effecten.