Global menu

Our global pages

Close

Wijziging in Nederlandse ontheffingspraktijk voor aanwijzen netbeheerder

  • Netherlands
  • Energy and infrastructure - Briefings

29-08-2011

Inleiding

Het wetsvoorstel Wijziging van de Elektriciteitswet 1998 en van de Gaswet dat op 17 juni 2011 (implementatie van richtlijnen en verordeningen op het gebied van elektriciteit en gas) bij de Tweede Kamer is ingediend (het "Wetsvoorstel"), strekt tot implementatie van de derde Elektriciteitsrichtlijn (1) en de derde Gasrichtlijn (2) ("Derde Energierichtlijnen") die onderdeel uitmaken van het zogenaamd derde energiepakket. Het voorstel leidt tot de invoering van de mogelijkheid tot ontheffing voor gesloten distributiesystemen en heeft gevolgen voor de huidige ontheffingspraktijk en de reeds verleende ontheffingen.

Huidige regeling

De Nederlandse wetgeving verplicht eigenaren van een elektriciteitsnet of gasnet tot het aanwijzen van een netbeheerder. Onder bepaalde voorwaarden biedt de Elektriciteitswet en de Gaswet de mogelijkheid om ontheffing te verkrijgen van deze verplichting. Daarnaast geldt op grond van de bagatelbepaling van de Elektriciteitswet geen verplichting om een netbeheerder aan te wijzen voor netten met een spanningsniveau van ten hoogste 0,4 kV en een verbruik van ten hoogste 0,1 GWh per jaar.

Gebleken is dat de in de wet verankerde huidige ontheffingsmogelijkheid, inclusief de bagatelbepaling in de Elektriciteitswet, niet in overeenstemming is met de Derde Energierichtlijnen. Het Wetsvoorstel zal daar verandering in brengen.

Gesloten distributiesysteem

Het Wetsvoorstel introduceert in overeenstemming met de Derde Energierichtlijnen het gesloten distributiesysteem. Het gaat hier om een systeem dat elektriciteit of gas distribueert binnen een geografisch afgebakende commerciële of industriële locatie of een locatie met gedeelde diensten, dat geen huishoudelijke afnemers van elektriciteit of gas voorziet. Daarbij geldt dat (i) of de exploitatie of het productieproces om technische of veiligheidsredenen moet zijn geïntegreerd (ii) of dit systeem moet primair elektriciteit of gas distribueren aan de eigenaar of beheerder van het systeem of verwante bedrijven. Te denken valt onder andere aan ziekenhuizen, vliegvelden, spoorwegstations en industrielocaties.

Overgangsregeling

In het overgangsrecht is voorzien in bepalingen om te zorgen dat de huidige situatie, waarin voor meer gevallen dan in de Derde Energierichtlijnen wordt toegestaan ontheffing is verleend, wordt beëindigd en dat een situatie ontstaat die geheel aansluit bij de Derde Energierichtlijnen. Dat betekent voor de praktijk dat de huidige vrijstellingen en ontheffingen niet in stand kunnen blijven, omdat niet in alle gevallen wordt voldaan aan de Derde Energierichtlijnen.

Het doel van het overgangsrecht is om te beoordelen of de huidige vrijstellingen en ontheffingen omgezet kunnen worden in ontheffingen die wel aan de Derde Energierichtlijnen voldoen, of dat de ontheffingen binnen afzienbare tijd moeten vervallen.

Gevolgen voor de ontheffinghouders en houders van een vrijstelling

De houders van een ontheffing of een vrijstelling krijgen de mogelijkheid om aan de NMa te verzoeken te besluiten of de huidige vrijstelling of ontheffing kan worden vervangen door een nieuwe ontheffing. Dat betekent dat de houder van een vrijstelling op grond van het Wetsvoorstel bij een positief besluit van de NMa een ontheffing zal krijgen voor het aanwijzen van een netbeheerder en geen nieuwe vrijstelling.

Het verzoek aan de NMa moet binnen vier maanden na de inwerkingtreding van de relevante artikelen van het Wetsvoorstel worden ingediend. Indien niet binnen vier maanden een dergelijk verzoek wordt ingediend, komt de ontheffing of de vrijstelling een jaar na de inwerkingtreding van de nieuwe artikelen met betrekking tot de ontheffing van het Wetsvoorstel te vervallen.

Indien wel binnen vier maanden een verzoek bij de NMa wordt ingediend, heeft de NMa een termijn van 10 maanden dit verzoek te beoordelen. Een positief besluit leidt tot een nieuwe ontheffing en tot verval van de oude ontheffing of vrijstelling. Om tot een positief besluit te komen, moet de eigenaar van het gesloten distributiesysteem voldoen aan de eisen die in het Wetsvoorstel zijn opgenomen. Een voorbeeld hiervan is dat de eigenaar van het gesloten distributiesysteem verantwoordelijk is voor het beheer van het distributiesysteem.

Een negatief besluit leidt tot het vervallen van de huidige vrijstelling of ontheffing vier maanden nadat het negatief besluit van de NMa onherroepelijk is geworden.

Indien een huidige vrijstelling of ontheffing niet kan worden omgezet naar een nieuwe ontheffing, dient de eigenaar van het net een netbeheerder aan te wijzen.

Gevolgen voor netten met recreatieve doeleinden

Een recreatienet is een net dat is aangelegd voor recreatieve doeleinden. Op grond van het Wetsvoorstel is er sprake van een recreatienet als onroerende zaken op (onder meer) vakantieparken en recreatieparken als afzonderlijke WOZ-objecten worden aangemerkt en indien het net voor het tijdstip van inwerkingtreding van het betreffend artikel van het Wetsvoorstel is aangelegd. Nieuwe recreatienetten zullen door de regionale netbeheerder worden aangelegd en beheerd. Bij een recreatienet valt te denken aan de situatie dat op een bungalowpark (gedeeltelijk) sprake is van grond in eigendom van de eigenaren van recreatiebungalows en niet in eigendom van de eigenaar van het recreatiepark.

In een aantal gevallen is in de huidige praktijk voor recreatienetten ontheffing verleend van de verplichting een netbeheerder aan te wijzen of juist geen ontheffing verleend maar is de situatie gedoogd. De wetgever beoogt ook voor recreatienetten te voldoen aan de Derde Energierichtlijnen, bijvoorbeeld wat betreft de derdentoegang en gereguleerde tarieven.

De reeds verleende ontheffingen voor recreatienetten zullen bij de inwerkingtreding van de betreffende artikelen voor recreatienetten komen te vervallen.

Hiermee zullen de eigenaren van netten voor recreatieve doeleinden die over een ontheffing beschikken en die niet over een ontheffing beschikken in dezelfde positie komen. Voor recreatienetten zal vervolgens op grond van het Wetsvoorstel een bijzonder regime gelden. Dit houdt in dat de eerste drie jaar na het tijdstip waarop het betreffende artikel voor recreatienetten van het Wetsvoorstel in werking is getreden de recreatienetten in de gelegenheid gesteld zullen worden om te voldoen aan de basisregels uit de Derde Energierichtlijnen. Na drie jaar zullen voor bestaande netten voor recreatieve doeleinden de regels die voortvloeien uit de Derde Energierichtlijnen onverkort gelden. Dat houdt onder meer in dat deze netten zich moeten houden aan een of meer methodes van de NMa voor het vaststellen van het tarief waarvoor afnemers zullen worden aangesloten, het tarief voor het transport van elektriciteit en het tarief voor de meting van elektriciteit.

Inwerkingtreding van het Wetsvoorstel

Als uitgangspunt geldt dat het Wetsvoorstel zo spoedig mogelijk inwerking moet treden om aan de implementatieverplichtingen van de Derde Energierichtlijnen te voldoen. Uit de Memorie van Toelichting bij het Wetsvoorstel blijkt echter dat voor een aantal artikelen onmiddellijke inwerkingtreding niet noodzakelijk is vanuit het oogpunt van tijdelijke implementatie. Om die reden wordt er door de wetgever een gedifferentieerde inwerkingtreding voorgesteld. Op grond van de Derde Energierichtlijnen waar het Wetsvoorstel op is gebaseerd, hadden de richtlijnen (inclusief de in deze nieuwsbrief genoemde artikelen) op 3 maart 2011 in Nederland geïmplementeerd moeten zijn. De verwachting is dat de inwerkintreding van het Wetsvoorstel niet lang zal op zich zal laten wachten.

Meer weten?

Wij zijn graag bereid u nader te informeren over het Wetsvoorstel en gerelateerde regelgeving.

Heeft u vragen of opmerkingen naar aanleiding van deze nieuwsbrief, wilt u advies over de voorwaarden waaraan u moet voldoen om uw huidige ontheffing en/of vrijstelling om te laten zetten of wilt u gewoon eens vrijblijvend kennis met ons maken? Neem dan contact met ons op; wij staan u graag te woord. U kunt ons via de onderstaande contactgegevens bereiken.

 


(1) Richtlijn 2009/72/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit

(2) Richtlijn 2009/73/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor aardgas