Global menu

Our global pages

Close

Wijziging van de Wet Collectieve Afwikkeling Massaschade; enkele aspecten

  • Netherlands
  • Corporate

07-01-2013

Op 22 december 2011 is het wetsvoorstel 'Wijziging van het Burgerlijk Wetboek, het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en de Faillissementswet teneinde de collectieve afwikkeling van massavorderingen verder te vergemakkelijken' (het Wetsvoorstel) ingediend bij de Tweede Kamer. Het Wetsvoorstel heeft als doel het verbeteren van de Wet Collectieve Afwikkeling Massaschade (de WCAM), die op 27 juli 2005 in werking is getreden.

Sinds de invoering van de WCAM heeft het Hof Amsterdam (de bij uitsluiting bevoegde rechtbank voor WCAM zaken) zes maal de collectieve schikkingen verbindend verklaard: de procedures DES, Dexia, Vie d’Or, Shell, Vedior en Converium werden zo succesvol afgerond (1). Op grond hiervan kan worden geconcludeerd dat de WCAM reeds in een effectieve methode voorziet om procedures waarin massavorderingen zijn ingesteld af te wikkelen. De nieuwste ontwikkeling is dat het Hof Amsterdam zich in de Converium beschikking (internationaal) bevoegd heeft geacht terwijl het grootste gedeelte van de verzoekers niet in Nederland was gevestigd. Hiermee heeft het Hof Amsterdam de deur op een kier gezet voor benadeelden buiten Nederland die niet terecht kunnen bij het buitenlandse gerecht, in het geval van Converium de Amerikaanse rechter.

Ondanks de succesvolle afronding van bovengenoemde procedures, bleek er behoefte te zijn aan aanvullende maatregelen ter vergroting van de onderhandelingsbereidheid van partijen en ter ondersteuning van de totstandkoming van een collectieve schikking. Ook is gebleken dat de WCAM op technische punten verbetering behoeft.

Het Wetsvoorstel voorziet in deze behoeften en heeft in het bijzonder betrekking op (i) het toepassen van de WCAM op faillissementssituaties, (ii) het stellen van een kwaliteitseis aan belangenorganisaties die opkomen voor gedupeerden en (iii) de invoering van een preprocessuele comparitie.

Faillissementen

Ten eerste biedt het Wetsvoorstel in faillissementen van grote omvang waarbij vele schuldeisers zijn betrokken, een relatief snelle en praktische oplossing om de afzonderlijke verificatie van alle individuele vorderingen te vervangen. In een tussen de curator en schuldeisers opgemaakte vaststellingsovereenkomst kan een indeling worden gemaakt in verschillende schadegroepen. Als de rechter op grond van de WCAM vervolgens deze overeenkomst verbindend verklaart, hoeft niet iedere vordering afzonderlijk geverifieerd te worden. Het Wetsvoorstel bevat een wijziging van de Faillissementswet om het bovenstaande mogelijk te maken. De WCAM vervangt derhalve de verificatieprocedure, waarna de aanspraken op grond van de WCAM overeenkomst op de gangbare uitdelingslijst (dus tezamen met buiten de WCAM geverifieerde vorderingen) kunnen worden geplaatst.

Kwaliteitseis

Ten tweede heeft het succes van het Nederlandse collectieve actierecht geleid tot een wildgroei aan claimstichtingen die in het leven worden geroepen na het ontstaan van massaschade. Zo zijn er na het faillissement van DSB Bank in oktober 2009 circa 12 stichtingen opgericht. Om zorg te dragen voor de kwaliteit van deze stichtingen is in het Wetsvoorstel opgenomen dat de eisende organisatie niet-ontvankelijk wordt verklaard indien de belangen van de personen voor wie de organisatie op zou komen, met de collectieve actie onvoldoende gewaarborgd zijn. Het eerdere ontwerpwetsvoorstel bevatte nog de representativiteitseis, die inhield dat de eisende organisatie, gelet op de omstandigheden van het geval, voldoende representatief moest zijn ter zake van de belangen van degenen ten behoeve van wie de rechtsvordering werd ingesteld. Op advies van de Raad van State en de Nederlandse Vereniging voor de Raad van Rechtspraak is deze eis verwijderd, mede omdat de term 'representatief' onvoldoende rechtszekerheid biedt. Bij de beoordeling of de belangen voldoende zijn gewaarborgd, dient aandacht te worden besteed aan de vraag in hoeverre de betrokkenen uiteindelijk baat hebben bij de collectieve actie als het gevorderde wordt toegewezen en in hoeverre erop vertrouwd mag worden dat de eisende organisatie over voldoende kennis en vaardigheden beschikt om de procedure te voeren. Er kan bijvoorbeeld worden gekeken naar in het verleden behaalde doelstellingen, het aantal aangesloten benadeelden en de overige werkzaamheden die de organisatie heeft verricht om zich voor de belangen van benadeelden in te zetten. Zelfs het optreden als spreekbuis in de media kan een aanwijzing zijn.

In het licht van de kwaliteitseis die aan de claimstichting wordt gesteld is de instelling van de zogenaamde claimcode van belang. In 2009 is een claimcode met daarin principes over de taken, verantwoordelijkheid en governance van claimstichtingen geïnitieerd. Na een consultatieronde is de claimcode definitief vastgesteld in mei 2011. Het doel van de claimcode is een zo volledige en zo praktisch mogelijke gedragscode te ontwikkelen voor belangenorganisaties in de vorm van een stichting, die collectieve schade claimen op grond van art. 3:305a BW. Drie peilers van de claimcode zijn (a) het behartigen van collectieve belangen zonder winstoogmerk, (b) een onafhankelijk bestuur zonder belangenverstrengeling en (c) transparantie over de verdiensten van de stichting. De code is niet juridisch bindend, maar er gaat wel een preventieve en waarschuwende werking uit van de Code. In de memorie van toelichting bij het Wetsvoorstel wordt het belang van deze code nogmaals benadrukt.

Preprocessuele comparitie

Ten derde regelt het Wetsvoorstel de invoering van een preprocessuele comparitie. Bij de evaluatie van de WCAM is naar voren gekomen dat er meer behoefte is aan aanvullende maatregelen ter vergroting van de onderhandelingsbereidheid van partijen en ter ondersteuning van de totstandkoming van de collectieve schikking. Een stichting of vereniging die opkomt voor de belangen van de benadeelden (en voldoet aan de kwaliteitseis zoals hierboven beschreven) en de schadeveroorzakende partij kunnen een preprocessuele comparitie verzoeken bij de rechtbank. Het doel van een dergelijke comparitie is het ondersteunen van partijen in hun onderhandelingen door bijvoorbeeld te assisteren bij bepaalde formuleringen in de vaststellingsovereenkomst danwel het stimuleren van het aanstellen van een deskundige op een bepaald gebied. De (begeleidende) rol van de rechter in het proces naar de verbindendverklaring van de overeenkomst wordt hierdoor aanzienlijk vergroot.

Sinds de invoering van de WCAM in 2005 is er een aantal procedures succesvol afgerond. Hoewel de WCAM al een effectieve methode blijkt om procedures waarin massavorderingen zijn ingesteld af te wikkelen, is er ruimte voor verbetering. Het Wetsvoorstel tracht de WCAM te verbeteren en heeft als kernpunten het toepasselijk maken van de WCAM op faillissementssituaties, het stellen van een kwaliteitseis aan belangenorganisaties en de introductie van een preprocessuele comparitie.

Veel WCAM procedures hebben betrekking op partijen die actief zijn in de financiële sector en daarmee de voor die sector specifieke wet- en regelgeving. Het Banking, Securities and Finance team van Eversheds Faasen adviseert op regelmatige basis partijen die actief zijn in de financiële sector. Het team werkt daar waar het WCAM procedures betreft nauw samen met het litigation team van Eversheds Faasen en Eversheds International. Voor vragen of informatie kunt u contact opnemen met onderstaande personen.

(1) Hof Amsterdam 1 juni 2006, LJN: AX6440 (DES); Hof Amsterdam 25 januari 2007, LJN: AZ7033 (Dexia); Hof Amsterdam 29 april 2009, LJN: BI2717 (Vie d'Or); Hof Amsterdam 29 mei 2009, LJN: BI5744 (Shell); Hof Amsterdam 15 juli 2009, LJN: BJ2691 (Vedior); Hof Amsterdam 17 januari 2012, LJN: BV1026 (Converium).