Global menu

Our global pages

Close

Wijzigingswet financiële markten 2014

  • Netherlands
  • Banking and finance

27-03-2014

Op 1 januari jl. is de Wijzigingswet Financiële Markten 2014 (de “Wet”) van kracht geworden. De belangrijkste wijzigingen die de Wet meebrengt zijn:

1. Introductie van toezicht op afwikkelondernemingen.

De Wet introduceert een vergunningplicht in de Wet op het financieel toezicht (“Wft”) voor het verrichten van afwikkeldiensten. Voorheen was dit toezicht gebaseerd op vrijwillige afspraken tussen afwikkelondernemingen en De Nederlandse Bank (“DNB”). Afwikkelondernemingen zijn ondernemingen die afwikkeldiensten verrichten. Deze laatste zijn gedefinieerd als:

(a) het doorzenden door een ander dan een aanbieder van communicatienetwerken van verzoeken die betrekking hebben op de goedkeuring van betaalopdrachten;

(b) het goedkeuren van verzoeken als bedoeld onder a, namens een betalende betaaldienstverlener; of

(c) het vaststellen van geldelijke vorderingen of verplichtingen van betaaldienstverleners uit hoofde van betaalopdrachten van betaaldienstgebruikers (“salderen”).

2. Algemene zorgplicht financiële dienstverleners.

In de Wft is een nieuw artikel 4:24a opgenomen, op grond waarvan een financiële dienstverlener “op zorgvuldige wijze de gerechtvaardigde belangen van de consument of begunstigde in acht neemt” en de financiële dienstverlener die adviseert“ in het belang van de consument of begunstigde handelt”.

De wetgever achtte de introductie van deze algemene zorgplicht voor financiële dienstverleners noodzakelijk gezien de “informatiescheefheid tussen de klant en de financiële dienstverlener”. Hoewel de algemene civielrechtelijke zorgplicht van een opdrachtnemer, zoals deze verankerd is in artikel 401 van Boek 7 BW, ook geldt voor financiële dienstverleners, maakt de introductie van het nieuwe artikel 4:24a handhaving door een toezichthouder mogelijk.

“Met de algemene zorgplicht wordt voorzien in een vangnet voor situaties waarin sprake is van gedrag of nalaten van financiële dienstverleners dat leidt tot evidente schade voor consumenten, maar dat (nog) niet wordt gedekt door specifieke publiekrechtelijke regels voor financiële dienstverleners”, aldus de Memorie van Toelichting.

De Autoriteit Financiële Markten (AFM) kan haar handhavingsbevoegdheden alleen inzetten in gevallen waarin sprake is van een evidente schending van de algemene zorgplicht. Hiervan is sprake wanneer het handelen of nalaten van de financiële dienstverlener kennelijk nadelige gevolgen voor de consument, cliënt of begunstigde veroorzaakt of kan veroorzaken.

Na drie jaar zal de doeltreffendheid van artikel 4:24a worden geëvalueerd.

3. Bankspaardeposito’s eigen woning

Het nieuwe artikel 3:265d Wft introduceert de volgende regeling. Wanneer DNB vaststelt dat een bank in betalingsonmacht verkeert, of de noodregeling afroept of de bank failliet wordt verklaard, worden op dat tijdstip de tegoeden uit hoofde van bankspaardeposito’s eigen woning verrekend met de daarmee verbonden schuld. Dit geldt ook wanneer het bankspaardeposito eigen woning bij een andere bank wordt aangehouden dan de bank die de lening heeft verstrekt. Het gevolg is dat het saldo van het bankspaardeposito tot nul wordt teruggebracht zodat geen aanspraak meer kan worden gemaakt op het depositogarantiestelsel.

Wordt de in financiële moeilijkheden verkerende bank overgenomen door een andere partij, dan geldt dat, in het geval deze partij de bankspaardeposito’s eigen woning overneemt, ook de daarmee verbonden schuld mee overgaat, tenzij in het overdrachtsplan anders is bepaald. Artikel 3:265d Wft blijft dan buiten toepassing.

Door de werking van de nieuwe regeling zal geen beroep worden gedaan op het depositogarantiestelsel ter zake van bankspaardeposito’s eigen woning. Daarom worden bankspaardeposito’s niet langer meegeteld voor de berekening van het bedrag dat banken per kwartaal aan de Stichting Depositogarantiefonds dienen te betalen.

4. Vermogensscheiding beleggingsinstellingen

De voormalige waarborgen voor vermogensscheiding golden alleen voor beleggingsfondsen (beleggingsinstellingen zonder rechtspersoonlijkheid). De nieuwe regels voor vermogensscheiding zijn van toepassing op alle belegginsinstellingen en icbe’s, waaronder subfondsen.

De waarborgen houden in dat de activa van een beleggingsfonds of icbe:

(i) uitsluitend mogen worden aangewend voor vorderingen die betrekking hebben op het beheer en het bewaren van het beleggingsfonds en op de rechten van deelneming (zgn rangregeling); en

(ii) worden ondergebracht in een afzonderlijke juridische entiteit, als er op grond van het beleggingsbeleid een reëel risico bestaat dat het fondsvermogen en het eigen vermogen van de entiteit die de juridische eigendom van de activa houdt, ontoereikend zullen zijn om te voldoen aan vorderingen met betrekking tot de kosten van beheer en bewaring. Van een dergelijk reëel risico is sprake wanneer de beleggingsinstelling bloot staat aan vorderingen op grond van buitenlands recht.

Subfondsen waren voorheen vrijgesteld van het onder (ii) genoemde vereiste, maar deze vrijstelling is nu komen te vervallen.

5. Overige wijzigingen

Naast de bovengenoemde wijzingen bevat de Wet onder andere aanpassingen ten aanzien van de wet financiële verslaggeving, informatie uitwisseling binnen het financieel expertise centrum, toezicht op en tuchtrecht met betrekking tot accountsorganisaties

- Financiële verslaglegging

De Wet toezicht financiële verslaggeving (“Wtvf”) is als volgt aangepast:

De termijn voor het indienen van een verzoek bij de Ondernemingskamer (i) om een instelling te bevelen de AFM een nadere toelichting te geven omtrent de financiële verslaggeving of (i) tot naleving van een door de AFM gedane aanbeveling inzake het toezicht op de financiële verslaggeving, wordt verlengd van zes naar negen maanden. De negen maanden termijn sluit aan bij de termijn die wordt gehanteerd bij de privaatrechtelijke handhavingsbevoegdheden van de AFM.

Daarnaast heeft de AFM de bevoegdheid gekregen om ook Nederlandse effectenuitgevende instellingen te dwingen een openbare mededeling te doen waarin de instelling uitlegt (i) op welke wijze de voorschriften betreffende de financiële verslaggeving in de toekomst door de instelling zullen worden toegepast en wat daarvan de gevolgen zijn voor de financiële verslaggeving, of (ii) op welke onderdelen de financiële verslaggeving niet voldoet aan de voorschriften. Tot nu toe waren alleen buitenlandse effectenuitgevende instellingen verplicht een dergelijke aanbeveling van de AFM op te volgen, maar nu geldt dit ook voor Nederlandse effectenuitgevende instellingen.

Verder is er in de Wtfv een wettelijke grondslag opgenomen voor het verstrekken van gegevens door de AFM aan de International Organisation of Securities Commissions en de European Securities and Markets Authority.

- Informatie uitwisseling binnen het Financieel Expertise Centrum

Het Financieel Expertise Centrum (“FEC”) is opgericht ter bevordering van de integriteit van de financiële sector. Het is een samenwerkingsverband tussen onder andere de AIVD, AFM, Belastingdienst, DNB, FIOD-ECD, het Regiokorps Amsterdam-Amstelland, het Korps Landelijke Politiediensten en het Openbaar Ministerie. Voorheen waren DNB en de AFM slechts bevoegd vertrouwelijke gegevens of inlichtingen te delen met een instantie die is belast met de uitvoering van strafvorderlijke bevoegdheden (dwz OM en FIOD-ECD). In de Wft is nu opgenomen dat de geheimhoudingsplicht van DNB en de AFM niet in de weg staat aan het delen van vertrouwelijke gegevens door DNB en de AFM met de andere leden van de FEC.

- En verder:

In de Wet toezicht accountantsorganisaties is een bestuursrechtelijke handhavingsbevoegdheid geïntroduceerd voor de AFM op het verbod om onbevoegd een accountantstitel te dragen dan wel om zich onbevoegd als accountant te profileren.

In de Wet tuchtrechtspraak accountants is de aanvang van de verjaringstermijn voor het instellen van een tuchtzaak aangepast. Onder de nieuwe regelgeving begint deze te lopen op het moment dat de klager op de hoogte is van het verwijtbare karakter van de gedragingen van de accountant. Daarnaast heeft de accountantskamer de bevoegdheid gekregen om klachten ambtshalve aan te vullen.

Ten slotte is de Postbankwet, waarmee in 1985 de mogelijkheid werd gecreëerd voor de Minister van Financiën om Postbank NV op te richten, ingetrokken.